Zuigelingen met een rumi­na­tie­stoor­nis vertonen een kenmerkende lichaamshouding waarbij zij zich strekken, de rug krommen en het hoofd achterover houden; daarbij maken zij zuigbewegingen met hun tong. Ze kunnen de indruk wekken de activiteit wel plezierig te vinden. Tussen de regurgitatie-episoden door kunnen zij prikkelbaar en hongerig zijn. Bij zuigelingen met een rumi­na­tie­stoor­nis komen gewichtsverlies en het niet bereiken van de verwachte gewichtstoename vaak voor. Ondanks dat de zuigeling duidelijk honger heeft en veel drinkt of eet, kan er toch ondervoeding ontstaan, vooral in de ernstige gevallen waarbij de regurgitatie zich onmiddellijk na iedere voeding voordoet en de geregurgiteerde voeding wordt uitgespuwd. Bij oudere kinderen en volwassenen kan ook sprake zijn van ondervoeding, vooral wanneer de regurgitatie gepaard gaat met een beperkte inname. Adolescenten en volwassenen proberen soms hun reg­ur­gi­ta­tie­ge­drag te verbergen door een hand voor hun mond te houden of te hoesten. Sommigen vermijden het om in het bijzijn van anderen te eten, omdat ze weten dat het gedrag sociaal onwenselijk is. Dit kan ertoe leiden dat zij voorafgaand aan sociale situaties niet meer eten, zoals voor het werk of voor school (dus geen ontbijt nemen omdat dit daarna mogelijk weer omhoogkomt).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.