De eerste symptomen van de rumi­na­tie­stoor­nis kunnen zich voordoen in de zuigelingentijd, de kindertijd of de adolescentie, of op volwassen leeftijd. De beginleeftijd bij zuigelingen is meestal tussen 3 en 12 maanden. Bij zuigelingen is er vaak sprake van een spontane remissie, maar het beloop kan ook langdurig zijn en tot medische noodsituaties leiden (waaronder ernstige ondervoeding). Vooral voor zuigelingen kan de aandoening fataal zijn. Voordat een behandeling plaatsvindt, kan de rumi­na­tie­stoor­nis een episodisch beloop hebben of zich doorlopend voordoen. Bij zuigelingen en ook bij volwassenen met een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis (verstandelijke beperking) of een andere neu­ro­bi­o­lo­gi­sche ont­wik­ke­lings­stoor­nis lijken het regurgiteren en het rumineergedrag een zelftroostende of zelf­sti­mu­le­ren­de functie te hebben, vergelijkbaar met ander repetitief motorisch gedrag, zoals hoofdbonken.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.