Mensen met een morfodysfore stoornis (vroeger wel ‘dysmorfofobie’ genaamd, en in het Engels body dysmorphic disorder, beide fenomenologisch onjuist) zijn gepreoccupeerd met een of meer afwijkingen of onvolkomenheden die zij ervaren in hun fysieke voorkomen, die naar hun opvatting lelijk, onaantrekkelijk, abnormaal of misvormd zijn (criterium A). De ervaren onvolkomenheden zijn voor anderen niet waarneembaar, of zij beschouwen ze als onbeduidend. De zorgen variëren van er ‘onaantrekkelijk’ of ‘niet goed’ uitzien tot er ‘wanstaltig lelijk’ of ‘monsterlijk’ uitzien. De preoccupaties kunnen op een of meerdere lichaamsgebieden betrekking hebben, maar richten zich vooral op de huid (waarneming van acne, littekens, lijntjes, rimpels en bleekheid), op de haren (dunner wordend haar of overmatig lichaams- of gezichtshaar), of op de neus (de grootte of vorm). Maar eigenlijk kan ieder lichaamsgebied een bron van zorg worden (de ogen, de tanden, het gewicht, de buik, de borsten, de benen, de grootte of vorm van het gezicht, de lippen, de kin, de wenkbrauwen of de geslachtsdelen). Sommige betrokkenen vinden bepaalde onderdelen van hun lichaam asymmetrisch en maken zich daar zorgen om. De preoccupaties zijn intrusief, ongewild en tijdrovend (zij zijn gemiddeld drie tot acht uur per dag aanwezig) en moeilijk te onderdrukken of te beheersen.
Als reactie op een preoccupatie worden overmatige repetitieve handelingen of psychische activiteiten uitgevoerd (zoals vergelijken) (criterium B). De betrokkene voelt een dwang om deze handelingen uit te voeren ondanks dat zij niet plezierig zijn en de angst en somberheid kunnen vergroten. Ze vergen doorgaans veel tijd en zijn moeilijk te onderdrukken of te beheersen. Veelvoorkomend gedrag is het vergelijken van het uiterlijk met dat van anderen, herhaaldelijk controleren van de als zodanig ervaren afwijkingen in spiegels of andere reflecterende oppervlakken of ze direct bekijken; overmatig vaak selfies nemen; overmatig veel tijd besteden aan de uiterlijke verzorging (kammen, stylen, scheren, huidpulken, of het haar uittrekken); om geruststelling vragen over hoe de subjectief ervaren onvolkomenheden eruitzien; de betreffende lichaamsgebieden aanraken om ze te controleren; overmatige lichaamsbeweging of gewichtheffen; en cosmetische ingrepen laten uitvoeren. Sommigen gaan overmatig veel zonnen (om een ‘bleke’ huid donkerder te maken of een subjectief ervaren acne te verminderen), kleden zich vaak om (om de als zodanig ervaren afwijkingen te camoufleren) of gaan dwangmatig winkelen (voor schoonheidsproducten bijvoorbeeld). Het dwangmatig pulken aan de huid met de bedoeling om de ervaren huidafwijkingen te corrigeren, komt vaak voor en kan leiden tot huidbeschadigingen, infecties of gescheurde bloedvaatjes. Camoufleren (dat wil zeggen verbergen of afdekken) van subjectief ervaren tekortkomingen is gedrag dat vaak voorkomt bij mensen met een morfodysfore stoornis. Het kan bestaan uit repetitief gedrag (bijvoorbeeld veelvuldig make-up aanbrengen, een hoed of kleding verschikken, een pluk haar verschuiven om het voorhoofd of de ogen te bedekken). De preoccupaties veroorzaken significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen (criterium C); meestal is er sprake van beide. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen een morfodysfore stoornis en een eetstoornis. Een morfodysfore stoornis ‘by proxy’ is een vorm van de morfodysfore stoornis waarbij de betrokkenen gepreoccupeerd zijn met de afwijkingen die zij in het uiterlijk van anderen waarnemen, meestal een belangrijke ander (meestal de levenspartner, maar soms ook een ouder, kind, broer, zus of vreemde).