In een systematische review en meta-analyse van zeventien onderzoeken naar suïcidale gedachten en gedragingen in verschillende landen, hadden mensen met een morfodysfore stoornis vier keer meer kans op su­ï­ci­de­ge­dach­ten (gepoolde OR = 3,87) en 2,6 keer meer kans om een of meer suïcidepogingen te hebben gedaan (gepoolde OR = 2,57), in vergelijking met gezonde con­tro­le­per­so­nen en mensen bij wie een eetstoornis, OCS of een angststoornis was vastgesteld. In twee onderzoeken onder de algemene bevolking in Duitsland zijn hogere percentages su­ï­ci­de­ge­dach­ten en -gedragingen gevonden bij mensen met de classificatie morfodysfore stoornis dan bij mensen zonder die classificatie: respectievelijk 19% vs. 3% en 31,0% vs. 3,5% voor gedachten en 7% vs. 1% en 22,2% vs. 2,1% voor gedrag. Hoe ernstiger de morfodysfore stoornis, hoe sterker de samenhang van de stoornis met suïcidale gedachten en gedragingen. De relatie tussen de morfodysfore stoornis en meer suïcidale gedachten en gedragingen is onafhankelijk van de comorbiditeit, maar bepaalde comorbide stoornissen kunnen deze relatie wel verder versterken. Een groot deel van de betrokkenen wijt deze su­ï­ci­de­ge­dach­ten of -pogingen voornamelijk aan hun zorgen over hun uiterlijke verschijning. Bij mensen met een morfodysfore stoornis bestaan er veel demografische en klinische risicofactoren die meer in het algemeen het overlijden door suïcide voorspellen, zoals het vaker voorkomen van su­ï­ci­de­ge­dach­ten en -pogingen, werkloosheid, ervaren misbruik, gering gevoel van eigenwaarde, en een verhoogde kans op een comorbide depressieve stoornis, eetstoornis of stoornis in het gebruik van een middel.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.