Mensen met een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis houden de gebaren en gezichtsuitdrukkingen van de mensen met wie ze in contact komen, vaak nauwlettend in de gaten. Sociale reacties zullen zij waarschijnlijk verkeerd interpreteren als kritiek, waardoor hun twijfel aan zichzelf alleen maar wordt bevestigd. Anderen beschrijven hen als ‘verlegen’, ‘timide’, ‘eenzaam’ en ‘geïsoleerd’. De voornaamste problemen bij deze stoornis vinden plaats in het sociale en beroepsmatige functioneren. Hun geringe gevoel van eigenwaarde en overgevoeligheid voor afwijzing leiden tot een beperkte hoeveelheid interpersoonlijke contacten. Deze mensen kunnen vrij geïsoleerd raken en beschikken gewoonlijk niet over een groot ondersteunend sociaal netwerk dat hen kan helpen om zich door moeilijke tijden heen te slaan. Ze verlangen wel naar genegenheid en acceptatie en kunnen fantaseren over geïdealiseerde relaties met anderen. Hun vermijdingsgedrag kan ook op het beroepsmatige functioneren van deze mensen een negatieve invloed hebben, doordat ze proberen bepaalde sociale situaties te mijden die van belang kunnen zijn om te voldoen aan de basiseisen van hun baan, of om vooruit te komen.
Over mensen met een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis wordt gemeld dat ze onveilige hechtingsstijlen hebben die worden gekenmerkt door een verlangen naar emotionele gehechtheid (waaronder een preoccupatie met eerdere en huidige relaties), maar hun angst dat anderen hen misschien niet waarderen of hen pijn kunnen doen kan ertoe leiden dat ze met passiviteit, woede of angst reageren. Afhankelijk van het theoretische model dat in de verschillende onderzoeken is gebruikt, worden deze hechtingspatronen aangeduid als ‘gepreoccupeerd’ of ‘angstig’.