Over de onttrekking van cafeïne is bekend dat die gepaard gaat met beperkingen in het gedrag en het cognitieve functioneren (bijvoorbeeld de tenaciteit van de aandacht), maar ook met een verbetering van de totale slaaptijd, de slaapefficiëntie en de diepe slaap. Uit elektro-encefalografisch onderzoek is gebleken dat symptomen van cafeïneonttrekking in significante mate gepaard gaan met krachtiger thètagolven en een afname van de bèta-2-golven op het eeg. Daarnaast zijn bij cafeïneonttrekking een afname van de werkmotivatie en een verminderde sociabiliteit gerapporteerd. Er zijn beschrijvingen van een toegenomen gebruik van pijnstillers tijdens cafeïneonttrekking.