Obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) De obsessieve-compulsieve stoornis is meestal eenvoudig van de dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis te onderscheiden door de aanwezigheid van echte obsessies en compulsies bij OCS. Als wordt voldaan aan de criteria voor zowel de dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis als OCS, kunnen beide classificaties worden geregistreerd.

Ver­za­mel­stoor­nis De ver­za­mel­stoor­nis moet vooral worden overwogen als de verzameldrang extreme vormen aanneemt (bijvoorbeeld: dikke stapels waardeloze spullen veroorzaken brandgevaar en maken het voor andere mensen moeilijk om door het huis te lopen). Als wordt voldaan aan de criteria voor zowel de dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis als de ver­za­mel­stoor­nis, kunnen beide classificaties worden geregistreerd.

Andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen en per­soon­lijk­heids­trek­ken Andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen kunnen worden verward met de dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis doordat ze bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben. Het is dan ook belangrijk om ze van elkaar te onderscheiden op grond van hun meest karakteristieke kenmerken. Als iemand echter per­soon­lijk­heids­ken­mer­ken heeft die behalve aan de criteria voor de dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis ook voldoen aan de criteria voor een of meer andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen, dan kunnen de classificaties voor al deze stoornissen worden toegekend.

Mensen met een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis kunnen ook vertellen dat ze per­fec­ti­o­nis­tisch zijn en geloven dat anderen dingen niet zo goed kunnen als zij, maar deze mensen denken sneller dat ze de perfectie hebben verwezenlijkt, terwijl mensen met een dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis gewoonlijk zelfkritisch zijn. Mensen met een narcistische- of antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis zijn ook niet gul, maar verwennen zichzelf wel graag, terwijl mensen met een dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis zowel tegenover zichzelf als tegenover anderen gierig met geld omgaan. Een formele manier van doen en af­stan­de­lijk­heid in het sociale verkeer kunnen kenmerkend zijn voor zowel de schizoïde- als de dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis. Bij de dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis wordt dit echter veroorzaakt door moeite met emoties en een buitensporige toewijding aan het werk, terwijl er bij de schizoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis een fundamenteel gebrekkig vermogen tot intimiteit is.

Trekken van de dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis kunnen, mits met mate, heel adaptief zijn, vooral in situaties waarin hoog presteren wordt beloond. Alleen als die trekken inflexibel, maladaptief en persisterend zijn en significante beperkingen in het functioneren of lijdensdruk veroorzaken, is er sprake van een dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis.

Per­soon­lijk­heids­ver­an­de­ring door een somatische aandoening De dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet worden onderscheiden van een per­soon­lijk­heids­ver­an­de­ring door een somatische aandoening, waarbij de trekken die iemand ontwikkelt een direct fysiologisch gevolg zijn van een somatische aandoening.

Stoornissen in het gebruik van een middel De dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet ook worden onderscheiden van symptomen die zich kunnen ontwikkelen in samenhang met persisterend middelengebruik.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.