F38.8
CLASSIFICATIECRITERIA
ATijdens de meeste menstruatiecycli dienen minstens vijf symptomen aanwezig te zijn in de laatste week vóór de aanvang van de menstruatie, die binnen een paar dagen na het begin van de menstruatie afnemen, en minimaal of volledig afwezig zijn in de week na de menstruatie.
BEen of meer van de volgende symptomen dienen aanwezig te zijn:
1Duidelijke affectieve labiliteit (zoals stemmingsschommelingen, plotseling verdrietig of huilerig zijn, of verhoogde gevoeligheid voor afwijzing).
2Duidelijke prikkelbaarheid of boosheid, of een toename van interpersoonlijke conflicten.
3Duidelijke verlaagde stemming, gevoelens van hopeloosheid, of gedachten van zelfdepreciatie.
4Duidelijke angst, spanning en/of het gevoel opgedraaid of opvliegend te zijn.
CEen of meer van de volgende symptomen moeten daarnaast aanwezig zijn om tot een totaal van vijf symptomen te komen in combinatie met de symptomen in criterium B.
1Verminderde interesse in de gewoonlijke activiteiten (zoals werk, school, vrienden, hobby’s).
2Subjectief ervaren moeite met concentreren.
3Lethargie, snel vermoeid of een duidelijk gebrek aan energie.
4Duidelijke verandering van de eetlust; overeten; of hunkeren naar specifieke voedingsmiddelen.
5Hypersomnia of insomnia.
6Het gevoel overspoeld te worden door emoties of zichzelf niet in de hand te hebben.
7Lichamelijke klachten zoals gevoelige of gezwollen borsten, gewrichts- of spierpijn, een ‘opgeblazen gevoel’ of gewichtstoename.
NB Er dient aan de symptomen in criterium A–C te zijn voldaan tijdens de meeste menstruatiecycli die zich voordeden in het voorafgaande jaar.
DDe symptomen veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren op het werk of op school, en in de gebruikelijke sociale activiteiten of relaties met anderen (zoals vermijding van sociale activiteiten; verminderde productiviteit en efficiëntie op het werk, op school, of thuis).
EDe stoornis is niet slechts een exacerbatie van de symptomen van een andere aandoening, zoals de depressieve stoornis, de paniekstoornis, de persisterende depressieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis (hoewel deze wel gelijktijdig met deze aandoeningen kan optreden).
FCriterium A moet worden bevestigd door prospectieve dagelijkse beoordelingsscores gedurende minstens twee symptomatische cycli. (NB Voorafgaand aan deze bevestiging kan de classificatie voorlopig worden toegekend.)
GDe symptomen kunnen niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (zoals een drug, medicatie of een andere behandeling) of aan een somatische aandoening (zoals hyperthyreoïdie).