Encopresis

Encopresis

F98.1

CLASSIFICATIECRITERIA

AHerhaaldelijk defeceren op daarvoor niet bestemde plaatsen (bijvoorbeeld in de kleding of op de grond), al dan niet opzettelijk.

De classificatie encopresis vereist dat de betrokkene gedurende minimaal drie maanden, minstens één keer per maand ontlasting uitscheidt op ongepaste plaatsen. Dit vereiste komt overeen met de Rome Diagnostic Criteria, een clas­si­fi­ca­tie­sys­teem van pediatrische gastro-enterologen die criteria hebben opgesteld voor functionele gastro-intestinale stoornissen in de kindertijd (Drossman & Dumitrascu, 2006). Dankzij deze criteria hebben clinici hun definitie van klinische stoornissen kunnen standaardiseren, en hebben onderzoekers uit verschillende velden de pathofysiologie en behandeling van dezelfde stoornissen vanuit verschillende invalshoeken kunnen bestuderen. De uitscheiding van ontlasting kan zowel onvrijwillig als opzettelijk gebeuren. Bij onvrijwillige uitscheiding hangt deze vaak samen met obstipatie, impactie en retentie, en de daaropvolgende over­loo­p­in­con­ti­nen­tie.

BEen dergelijk voorval komt gedurende minstens drie maanden minstens eenmaal per maand voor.

De classificatie encopresis vereist dat de betrokkene gedurende minimaal drie maanden, minstens één keer per maand ontlasting uitscheidt op ongepaste plaatsen. Dit vereiste komt overeen met de Rome Diagnostic Criteria, een clas­si­fi­ca­tie­sys­teem van pediatrische gastro-enterologen die criteria hebben opgesteld voor functionele gastro-intestinale stoornissen in de kindertijd (Drossman & Dumitrascu, 2006). Dankzij deze criteria hebben clinici hun definitie van klinische stoornissen kunnen standaardiseren, en hebben onderzoekers uit verschillende velden de pathofysiologie en behandeling van dezelfde stoornissen vanuit verschillende invalshoeken kunnen bestuderen. De uitscheiding van ontlasting kan zowel onvrijwillig als opzettelijk gebeuren. Bij onvrijwillige uitscheiding hangt deze vaak samen met obstipatie, impactie en retentie, en de daaropvolgende over­loo­p­in­con­ti­nen­tie.

CDe ka­len­der­leef­tijd is minstens 4 jaar (of een vergelijkbaar ont­wik­ke­lings­ni­veau).

Kinderen zijn normaal gesproken zindelijk voor de leeftijd van 3 jaar en de leeftijdseis van 4 jaar zorgt dus voor enige speling. (Bij kinderen met een ont­wik­ke­lings­ver­tra­ging moet een ont­wik­ke­lings­leef­tijd van minstens 4 jaar worden aangehouden.)

DHet gedrag kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld laxantia) of aan een somatische aandoening, behalve wanneer het een aan obstipatie gerelateerd mechanisme betreft.

Voor de classificatie encopresis kan worden toegekend, moeten somatische verklaringen voor de stoornis worden uitgesloten. Mogelijke somatische oorzaken zijn gebruik van laxantia; anorectale afwijkingen zoals anale stenose; aandoeningen van de wervelkolom (bijvoorbeeld me­ningo­mye­lo­ce­le of een spinale tumor), de ziekte van Hirschsprung; cerebrale parese; endocriene aandoeningen (bijvoorbeeld hypothyreoïdie of lood­ver­gif­ti­ging); en neuromusculaire aandoeningen.

Specificeer of:

Met obstipatie en over­loo­p­in­con­ti­nen­tie Bij het lichamelijke onderzoek of de anamnese zijn er aanwijzingen voor obstipatie.

Zonder obstipatie en over­loo­p­in­con­ti­nen­tie Bij het lichamelijke onderzoek of de anamnese zijn er geen aanwijzingen voor obstipatie.

Encopresis ‘met obstipatie en over­loo­p­in­con­ti­nen­tie’ kan resulteren in feces met een afwijkende consistentie en in over­loo­p­in­con­ti­nen­tie die meestal overdag optreedt. De incontinentie verdwijnt doorgaans na behandeling van de obstipatie. Encopresis ‘zonder obstipatie en over­loo­p­in­con­ti­nen­tie’ leidt meestal tot feces van normale vorm en consistentie, en hangt meer samen met de oppositionele-opstandige stoornis of de nor­mo­ver­schrij­dend-gedragsstoornis. Hoewel onderzoeken onder kinderen op basis van subtypering geen significante verschillen in gedrag of in sociale competenties hebben aangetoond, heeft de subtypering van encopresis gevolgen voor de behandeling. Wanneer er sprake is van obstipatie, kunnen desimpactie en laxantia nodig zijn, maar bij encopresis zonder obstipatie kan het gebruik van laxantia de stoornis verergeren. De DSM-5 geeft geen definitie van obstipatie, maar volgens de Rome Diagnostic Criteria moeten er twee of meer van de volgende symptomen aanwezig zijn: twee of minder defecaties in het toilet per week; minstens één episode van fecale incontinentie per week; een voor­ge­schie­de­nis van overmatig opzettelijk vasthouden van de ontlasting; een voor­ge­schie­de­nis van een pijnlijke of moeilijke stoelgang; aanwezigheid van een grote fecale massa in het rectum; en een voor­ge­schie­de­nis van forse uitwerpselen die tot verstopping van het toilet kunnen leiden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.