De eerste symptomen komen meestal voor in de late volwassenheid. Bij de familiaire vorm kan de stoornis echter eerder optreden (tijdens de kindertijd of in de vroege volwassenheid). Het beloop van de stoornis is meestal persisterend, en deze houdt meer dan drie maanden aan, maar kan afhankelijk van werktijden en sociale schema’s in ernst toenemen. Het type vervroegde slaapfase komt vaker voor bij oudere volwassenen.
De klinische expressie kan in de loop van het leven variëren. Dit is afhankelijk van sociale, schoolse en beroepsmatige verplichtingen. Bij mensen die hun werktijden kunnen aanpassen aan de vervroegde circadiane slaap- en waaktijden, kan een remissie van de symptomen voorkomen. Bij het ouder worden wordt het tijdstip van de slaapfase vaak steeds vroeger. Het is echter niet duidelijk of het gewone type vervroegde slaapfase dat met de leeftijd samenhangt, alleen toe te schrijven is aan een verandering van de circadiane tijdplanning (zoals bij de familiaire vorm), of ook aan leeftijdsgerelateerde veranderingen van de homeostatische regulering van de slaap, waardoor de betrokkene steeds vroeger wakker wordt. De ernst, remissie of een recidief van de symptomen hangt ervan af of de betrokkene zich al dan niet houdt aan de behandeling, waarin veranderingen van gedrag en omgeving zijn opgenomen om de slaap-waakstructuur en blootstelling aan licht te bewaken.