Veel mannen met een erectiestoornis hebben een gering gevoel van eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen en een verminderd gevoel van mannelijkheid, en kunnen een verlaagde stemming ervaren. Erectiele disfunctie hangt ook sterk samen met schuldgevoelens, zelfverwijt, een gevoel van falen, boosheid en bezorgdheid over het teleurstellen van de partner. Angst voor en/of vermijding van toekomstige seksuele ontmoetingen komen voor. Een afgenomen seksuele satisfactie en verminderd seksueel verlangen bij de partner van de betrokkene komen algemeen voor.
Overwogen moet worden of er subtypen van toepassing zijn (dat wil zeggen of de erectiele disfunctie aanwezig is geweest sinds de betrokkene seksueel actief werd of is begonnen na een periode van relatief normaal seksueel functioneren, en of de erectiele disfunctie gegeneraliseerd is of alleen optreedt bij bepaalde soorten stimulatie, in bepaalde situaties of bij bepaalde partners). Daarnaast is het belangrijk om de volgende factoren te overwegen bij het beoordelen van een erectiestoornis: (1) partnerfactoren (zoals seksuele problemen van de partner; gezondheidstoestand van de partner); (2) relatiefactoren (zoals slechte communicatie; discrepanties in het verlangen naar seksuele activiteit); (3) factoren van individuele kwetsbaarheid (zoals hypoactief seksueel verlangen), psychiatrische comorbiditeit (bijvoorbeeld depressiviteit of angst) of stressoren zoals het verlies van een baan of stress; (4) culturele of religieuze factoren (bijvoorbeeld remmingen als gevolg van verboden aangaande seksuele activiteit of seksueel genot; attituden tegenover seksualiteit); (5) somatische factoren, met name chirurgie (bijvoorbeeld transurethrale resectie van de prostaat), hypogonadisme of neurologische aandoeningen (bijvoorbeeld multiple sclerose, diabetische neuropathie); en (6) gebruik van (genees)middelen die de ejaculatie kunnen remmen (bijvoorbeeld gebruik van serotonerge middelen).