Er is een duidelijke variabiliteit in gerapporteerde pre­va­len­tie­per­cen­ta­ges van gering verlangen in verschillende regio’s in de wereld, variërend van 26 tot 43%. In sommige etnische en mi­gran­ten­groe­pen zijn lage niveaus van seksueel verlangen gerapporteerd. Lagere niveaus van gerapporteerd seksueel verlangen en seksuele opwinding kunnen een indicatie zijn voor minder interesse in seks. Maar dergelijke verschillen tussen groepen kunnen ook een artefact zijn van de instrumenten die worden gebruikt om seksueel verlangen te kwantificeren en van culturele factoren die de respons beïnvloeden, zoals de taboes op het praten over seksuele activiteiten bij vrouwen die ongehuwd zijn, in de overgang zijn of weduwe zijn geworden. Om te kunnen beoordelen of een gering seksueel verlangen dat wordt beschreven door een vrouw met een bepaalde etnisch-culturele achtergrond voldoet aan de criteria voor de seksuele-interesse-/op­win­dings­stoor­nis, dient men rekening te houden met het feit dat normen en verwachtingen over seksueel gedrag in verschillende culturele groepen anders kunnen zijn.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.