Seksuele-interesse-/op­win­dings­stoor­nis bij de vrouw

Female sexual interest/arousal disorder

F52.2

CLASSIFICATIECRITERIA

AHet ontbreken of een significante vermindering van seksuele belangstelling/opwinding, zoals blijkt uit minstens drie van de volgende kenmerken:

1Afwezige/verminderde interesse in seksuele activiteit.

2Afwezige/verminderde seksuele/erotische gedachten of fantasieën.

3Geen/verminderd initiatief tot seksuele activiteit en meestal niet ontvankelijk voor het initiatief van een partner.

4Afwezige/verminderde seksuele opwinding/plezier tijdens alle of bijna alle gevallen (ongeveer 75–100%) van seksuele activiteit (in omschreven situaties, of, indien gegeneraliseerd: in alle situaties).

5Afwezige/verminderde seksuele interesse/opwinding in reactie op interne of externe seksuele/erotische prikkels (bijvoorbeeld geschreven tekst, verbaal, visueel).

6Afwezige/verminderde genitale of niet-genitale sensaties tijdens alle of bijna alle gevallen (ongeveer 75–100%) van seksuele activiteit (in omschreven situaties, of, indien gegeneraliseerd: in alle situaties).

In dit criterium worden de symptomen van een bepaalde seksuele disfunctie beschreven en de frequentie van de symptomen vermeld. In de meeste gevallen moeten de symptomen in ongeveer 75 tot 100% van alle gevallen van seksuele activiteit ervaren worden. Dit is een verandering ten opzichte van de DSM-IV, waarin stond dat de seksuele disfunctie ‘aanhoudend of recidiverend’ moest zijn. Deze formulering bood de clinicus weinig handvatten voor het beoordelen van de symp­toom­fre­quen­tie. Met dit aangepaste criterium wordt ook de overdiagnostiek van seksuele disfuncties voorkomen.

BDe symptomen in criterium A bestaan sinds minstens ongeveer zes maanden.

Dit criterium stelt vast wat de minimale duur van de symptomen is die voor de classificatie van een seksuele disfunctie wordt vereist. In de meeste gevallen moeten de symptomen minimaal ongeveer zes maanden aanwezig zijn.

CDe symptomen in criterium A veroorzaken klinisch significante lijdensdruk bij de betrokkene.

Dit criterium stelt dat de symptomen van de seksuele disfunctie ‘klinisch significante lijdensdruk’ dienen te veroorzaken. Net als de eerste twee criteria, onderscheidt dit criterium seksuele disfuncties van tijdelijke problemen met het seksuele functioneren die deel uitmaken van het dagelijks leven. De klinisch significante lijdensdruk kan zich manifesteren als sociaal isolement, depressiviteit of een gering gevoel van eigenwaarde. Voorbeelden van beperkingen als gevolg van een seksuele disfunctie zijn instabiele relaties, het vermijden van daten, en het gebruik van middelen als vorm van copinggedrag. Criterium C is veranderd ten opzichte van criterium B in de DSM-IV, waarin nog stond dat ‘de stoornis […] duidelijk lijden of re­la­tie­pro­ble­men’ veroorzaakt. De frasen ‘duidelijk lijden’ en ‘re­la­tie­pro­ble­men’ werden door clinici en onderzoekers verschillend geïnterpreteerd, en de nieuwe formulering biedt meer duidelijkheid.

DDe seksuele disfunctie kan niet beter worden verklaard door een niet-seksuele psychische stoornis of als een gevolg van ernstige re­la­tie­pro­ble­men (zoals partnergeweld) of andere belangrijke stressoren, en kan niet worden toegeschreven aan de effecten van een middel/medicatie of aan een somatische aandoening.

Andere stoornissen of gedragingen die mogelijk kunnen lijken op een seksuele disfunctie moeten worden uitgesloten. In de DSM-IV werden alleen somatische aandoeningen en de effecten van een middel uitgesloten. In de DSM-5 zijn aan de uitzonderingen ook re­la­tie­pro­ble­men en andere stressoren toegevoegd. Wanneer een man bijvoorbeeld alleen tijdens de lange procedure rond een ‘vecht-scheiding’ een verminderd seksueel verlangen ervaart, is de classificatie hypoactief-sek­su­eel­ver­lan­gen­stoor­nis bij de man niet geschikt.

Specificeer of:

Levenslang De stoornis is aanwezig sinds de betrokkene seksueel actief is.
Verworven De stoornis is begonnen na een periode van relatief normaal seksueel functioneren.

Bij alle seksuele disfuncties zijn in de DSM-5 subtypen en specificaties opgenomen. De subtypen zijn overgenomen uit de DSM-IV, maar de specificaties zijn uitgebreid om een beter beeld te geven van de verscheidenheid aan factoren die het seksuele functioneren kunnen beïnvloeden.

De subtypen ‘levenslang’ en ‘verworven’ gelden voor het begin van de seksuele disfunctie. Het subtype ‘levenslang’ geldt voor gevallen waarin normaal seksueel functioneren al vanaf de eerste seksuele ervaringen niet mogelijk was, terwijl de term ‘verworven’ verwijst naar situaties waarin de betrokkene seksuele stoornissen ontwikkelt na een periode van relatief normaal seksueel functioneren.

De subtypen ‘gegeneraliseerd’ en ‘situationeel’ zijn ook overgenomen uit de DSM-IV. De term ‘gegeneraliseerd’ verwijst naar seksuele problemen die zich niet beperken tot bepaalde situaties, partners, of typen stimulatie. De term ‘situationeel’ verwijst naar seksuele problemen die zich alleen voordoen bij bepaalde partners, situaties of typen stimulatie.

Bij elke stoornis zijn specificaties voor de actuele ernst beschikbaar, waarmee de mate van ernst bepaald kan worden: licht (aanwijzingen voor lichte lijdensdruk door de symptomen in criterium A), matig (aanwijzingen voor matige lijdensdruk door de symptomen in criterium A) of ernstig (aanwijzingen voor ernstige of extreme lijdensdruk door de symptomen in criterium A).

Specificeer of:

Gegeneraliseerd Niet beperkt tot bepaalde typen stimulatie, situaties of partners.
Situationeel Treedt alleen op bij bepaalde typen stimulatie, situaties of partners.

Bij alle seksuele disfuncties zijn in de DSM-5 subtypen en specificaties opgenomen. De subtypen zijn overgenomen uit de DSM-IV, maar de specificaties zijn uitgebreid om een beter beeld te geven van de verscheidenheid aan factoren die het seksuele functioneren kunnen beïnvloeden.

De subtypen ‘levenslang’ en ‘verworven’ gelden voor het begin van de seksuele disfunctie. Het subtype ‘levenslang’ geldt voor gevallen waarin normaal seksueel functioneren al vanaf de eerste seksuele ervaringen niet mogelijk was, terwijl de term ‘verworven’ verwijst naar situaties waarin de betrokkene seksuele stoornissen ontwikkelt na een periode van relatief normaal seksueel functioneren.

De subtypen ‘gegeneraliseerd’ en ‘situationeel’ zijn ook overgenomen uit de DSM-IV. De term ‘gegeneraliseerd’ verwijst naar seksuele problemen die zich niet beperken tot bepaalde situaties, partners, of typen stimulatie. De term ‘situationeel’ verwijst naar seksuele problemen die zich alleen voordoen bij bepaalde partners, situaties of typen stimulatie.

Bij elke stoornis zijn specificaties voor de actuele ernst beschikbaar, waarmee de mate van ernst bepaald kan worden: licht (aanwijzingen voor lichte lijdensdruk door de symptomen in criterium A), matig (aanwijzingen voor matige lijdensdruk door de symptomen in criterium A) of ernstig (aanwijzingen voor ernstige of extreme lijdensdruk door de symptomen in criterium A).

Specificeer actuele ernst:

Licht Aanwijzingen voor lichte lijdensdruk door de symptomen in criterium A.
Matig Aanwijzingen voor matige lijdensdruk door de symptomen in criterium A.
Ernstig Aanwijzingen voor ernstige of extreme lijdensdruk door de symptomen in criterium A.

Bij alle seksuele disfuncties zijn in de DSM-5 subtypen en specificaties opgenomen. De subtypen zijn overgenomen uit de DSM-IV, maar de specificaties zijn uitgebreid om een beter beeld te geven van de verscheidenheid aan factoren die het seksuele functioneren kunnen beïnvloeden.

De subtypen ‘levenslang’ en ‘verworven’ gelden voor het begin van de seksuele disfunctie. Het subtype ‘levenslang’ geldt voor gevallen waarin normaal seksueel functioneren al vanaf de eerste seksuele ervaringen niet mogelijk was, terwijl de term ‘verworven’ verwijst naar situaties waarin de betrokkene seksuele stoornissen ontwikkelt na een periode van relatief normaal seksueel functioneren.

De subtypen ‘gegeneraliseerd’ en ‘situationeel’ zijn ook overgenomen uit de DSM-IV. De term ‘gegeneraliseerd’ verwijst naar seksuele problemen die zich niet beperken tot bepaalde situaties, partners, of typen stimulatie. De term ‘situationeel’ verwijst naar seksuele problemen die zich alleen voordoen bij bepaalde partners, situaties of typen stimulatie.

Bij elke stoornis zijn specificaties voor de actuele ernst beschikbaar, waarmee de mate van ernst bepaald kan worden: licht (aanwijzingen voor lichte lijdensdruk door de symptomen in criterium A), matig (aanwijzingen voor matige lijdensdruk door de symptomen in criterium A) of ernstig (aanwijzingen voor ernstige of extreme lijdensdruk door de symptomen in criterium A).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.