Onderscheid tussen trekken, symptomen en specifieke gedragingen
Persoonlijkheidstrekken zijn geenszins onveranderlijk en kunnen veranderen tijdens het leven, maar ze vertonen een relatieve stabiliteit in vergelijking met symptomen en gedragingen. Bijvoorbeeld: een persoon kan zich impulsief gedragen op een bepaald moment om een bepaalde reden (bijvoorbeeld een persoon die anders zelden impulsief is, besluit plotseling om een groot bedrag te spenderen vanwege de onverwachte mogelijkheid om iets van bijzondere waarde aan te schaffen). Maar alleen wanneer dergelijke gedragingen zich aaneenrijgen door de tijd heen en bij verschillende gelegenheden, zodat dit patroon verschilt van dat van andere mensen, is er sprake van een persoonlijkheidstrek. Wel is het van
belang om te bedenken dat impulsieve mensen niet voortdurend impulsief gedrag hoeven te vertonen. Een trek vertegenwoordigt een neiging of dispositie tot specifieke gedragingen; specifiek gedrag kan een voorbeeld of uiting van een persoonlijkheidstrek zijn.
Verder verschillen de trekken van de meeste symptomen doordat symptomen een wisselend beloop kunnen hebben, terwijl trekken relatief stabieler zijn. Bijvoorbeeld: mensen met een hoog niveau van depressiviteit hebben een grotere kans op omschreven episoden van een depressieve-stemmingsstoornis, of op symptomen van een dergelijke episode, zoals concentratieproblemen. Maar zelfs patiënten met een verhoogde gevoeligheid voor het facet depressiviteit vertonen een typisch beloop van afwisselende episoden van een stemmingsstoornis: de specifieke symptomen, zoals concentratieproblemen, neigen tot een wisselend beloop in samenspel met deze afzonderlijke episoden. Van belang is echter dat zowel de trekken als de symptomen toegankelijk zijn voor behandeling, en veel interventies die gericht zijn op symptomen, kunnen ook effect hebben op de langere-termijnpatronen van persoonlijkheidsfunctioneren die het gevolg zijn van de persoonlijkheidstrekken.