Klinische bruikbaarheid van het multidimensionale persoonlijkheidsfunctioneren- en trekkenmodel
Het stoornismodel en het trekkenmodel voegen elk een waarde aan het andere model toe in het voorspellen van belangrijke anamnestische variabelen (bijvoorbeeld een belaste familieanamnese, een voorgeschiedenis van misbruik op de kinderleeftijd), van bijkomende variabelen (bijvoorbeeld functionele beperkingen; medicatiegebruik) en van predictieve variabelen (bijvoorbeeld opnamen; suïcidepogingen). Beperkingen in het persoonlijkheidsfunctioneren volgens de DSM-5 en pathologische persoonlijkheidstrekken dragen elk onafhankelijk bij aan de klinische besluitvorming over de ernst van iemands beperkingen; het risico op zelfbeschadigend, gewelddadig of crimineel gedrag; de aard en intensiteit van de voorgenomen behandeling; en de prognose — allemaal belangrijke aspecten voor de bruikbaarheid van een psychiatrische diagnose. Bovenal biedt kennis over iemands niveau van persoonlijkheidsfunctioneren en diens pathologische trekkenprofiel de clinicus een schat aan informatie die waardevol is bij de indicatiestelling voor behandeling, en in het voorspellen van het beloop en de uitkomst van menige andere psychische stoornis die naast een persoonlijkheidsstoornis kan voorkomen. Derhalve is een beoordeling van persoonlijkheidsfunctioneren en pathologische persoonlijkheidstrekken uiterst relevant, of de betrokkene nu een persoonlijkheidsstoornis heeft of niet.