Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

Klinische bruikbaarheid van het mul­ti­di­men­si­o­na­le per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren- en trekkenmodel
Het stoornismodel en het trekkenmodel voegen elk een waarde aan het andere model toe in het voorspellen van belangrijke anamnestische variabelen (bijvoorbeeld een belaste familieanamnese, een voor­ge­schie­de­nis van misbruik op de kinderleeftijd), van bijkomende variabelen (bijvoorbeeld functionele beperkingen; me­di­ca­tie­ge­bruik) en van predictieve variabelen (bijvoorbeeld opnamen; suïcidepogingen). Beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren volgens de DSM-5 en pathologische per­soon­lijk­heids­trek­ken dragen elk onafhankelijk bij aan de klinische besluitvorming over de ernst van iemands beperkingen; het risico op zelf­be­scha­di­gend, gewelddadig of crimineel gedrag; de aard en intensiteit van de voorgenomen behandeling; en de prognose — allemaal belangrijke aspecten voor de bruikbaarheid van een psychiatrische diagnose. Bovenal biedt kennis over iemands niveau van per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren en diens pathologische trekkenprofiel de clinicus een schat aan informatie die waardevol is bij de in­di­ca­tie­stel­ling voor behandeling, en in het voorspellen van het beloop en de uitkomst van menige andere psychische stoornis die naast een per­soon­lijk­heids­stoor­nis kan voorkomen. Derhalve is een beoordeling van per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren en pathologische per­soon­lijk­heids­trek­ken uiterst relevant, of de betrokkene nu een per­soon­lijk­heids­stoor­nis heeft of niet.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.