Omgeving De voornaamste risicofactor voor dissociatieve amnesie is ernstig, acuut of chronisch psychotrauma. Cumulatief psychotrauma en negatieve omstandigheden in de kindertijd, met name lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik, zijn de voornaamste risicofactoren voor dissociatieve amnesie in de kindertijd en de adolescentie. Ernstig seksueel misbruik, meerdere episoden van seksueel misbruik in de kindertijd en seksueel misbruik door een familielid, vooral wanneer daarbij sprake is van verraad door een naaste hechtingspersoon, kan de stoornissen in het autobiografische geheugen in de kindertijd doen toenemen. Mensen met dissociatieve amnesie kunnen zich specifieke traumatische gebeurtenissen in de kindertijd (bijvoorbeeld aanranding) mogelijk niet herinneren, zelfs wanneer deze gebeurtenissen in (patiënten)dossiers zijn vermeld, en de betrokkene zich wel andere, zowel eerdere als latere, vergelijkbare psychotraumatische gebeurtenissen kan herinneren. Ernstig cumulatief psychotrauma als volwassene (bijvoorbeeld herhaaldelijke gevechtssituaties, mensenhandel, krijgsgevangenschap of concentratiekampervaringen) kunnen bovendien uitgebreide gelokaliseerde, selectieve en/of gesystematiseerde dissociatieve amnesie tot gevolg hebben. Gegeneraliseerde dissociatieve amnesie komt mogelijk vaker voor bij mensen met recente, extreme, acute psychotrauma’s (bijvoorbeeld hevige militaire gevechten, verkrachting, marteling, waarbij ontsnapping vaak onmogelijk was) en/of een voorgeschiedenis met sociale ontwrichting, asiel zoeken of een vluchtelingenstatus. Anderen ontwikkelen gegeneraliseerde amnesie in de context van een vergaand psychisch conflict, waaruit de betrokkene geen uitweg ziet. Vrijwel alle personen die in de context van een psychisch conflict een gegeneraliseerde dissociatieve amnesie ontwikkelen, rapporteren een voorgeschiedenis met ernstige psychotraumata in de kindertijd of als volwassene. Extreme en acute traumatiserende ervaringen kunnen bovendien grote psychische conflicten veroorzaken (bijvoorbeeld een vrouw die na een brute verkrachting gegeneraliseerde amnesie ontwikkelt, waarna zij, ongewenst zwanger, suïcidaal wordt; tijdens het onderzoek vertelt zij dat in haar religie abortus als moord en suïcide als een ernstige zonde wordt beschouwd).
Genetica en fysiologie Kwantitatief genetisch onderzoek wijst erop dat ongeveer 50% van de interindividuele variantie in de dissociatieve symptomen is toe te schrijven aan erfelijkheid, en dat het grootste deel van de overige variantie voor rekening komt van niet-gedeelde stressvolle omgevingservaringen. Kandidaatgenstudies wijzen op een gen-omgevinginteractie, waarbij vroege en chronische psychotraumatische ervaringen in de kindertijd leiden tot een significante toename van dissociatieve symptomen later in het leven.