Het definiërende kenmerk van dissociatieve amnesie is een onvermogen om zich belangrijke au­to­bi­o­gra­fi­sche informatie te herinneren die (1) met succes in het geheugen zou moeten zijn opgeslagen en (2) gewoonlijk gemakkelijk moeten zijn te herinneren (criterium A). Dissociatieve amnesie wordt gezien als een potentieel omkeerbare deficiëntie in het ophalen van informatie uit het geheugen. Onder andere hierdoor is er een verschil met vormen van amnesie die zijn toe te schrijven aan neurologische schade of toxiciteit die de opslag in, of het ophalen van, informatie uit het geheugen verhindert.

Er bestaan diverse vormen van dissociatieve amnesie. Over het algemeen is de ge­heu­gen­de­fi­ci­ën­tie retrograad en gaat deze — afgezien van zeldzame gevallen — niet gepaard met aanhoudende amnesie voor le­vens­ge­beur­te­nis­sen in het heden. Retrospectieve beperkingen in de ge­heu­gen­func­ties betreffen niet alleen het verlies van de herinneringen aan een traumatiserende gebeurtenis, maar ook van het alledaagse leven waarin geen traumatiserende gebeurtenis plaatsvond. De meeste mensen met dissociatieve amnesie bevestigen dat zij gelokaliseerde amnesie hebben, waarbij het niet lukt om zich gebeurtenissen uit een begrensde tijdsperiode te herinneren, en/of selectieve amnesie, waarbij de betrokkene zich wel sommige, maar niet alle gebeurtenissen gedurende een begrensde periode kan herinneren. Bij ge­sys­te­ma­ti­seer­de amnesie kan de betrokkene zich geen informatie uit een specifieke in­for­ma­tie­ca­te­go­rie herinneren (de betrokkene herinnert zich bijvoorbeeld slechts fragmenten over het gezin tijdens de jeugd, maar herinnert zich wel alles van school; er zijn geen herinneringen aan een gewelddadige oudere broer of zus, of aan een bepaalde kamer in het ouderlijk huis tijdens de jeugd). Mensen met deze vormen van dissociatieve amnesie klagen zelden over de symptomen daarvan en proberen het geheugenverlies te bagatelliseren of te rationaliseren.

Bij ge­ge­ne­ra­li­seer­de amnesie is er sprake van volledig geheugenverlies voor (het grootste deel van) de eigen le­vens­ge­schie­de­nis. Mensen met ge­ge­ne­ra­li­seer­de amnesie kunnen hun persoonlijke identiteit vergeten (bijvoorbeeld een vrouw die haar geheugen volledig verliest nadat zij, onder herhaalde druk van een ‘goede’ vriend, een seksuele relatie met hem aangaat), kunnen eerder opgedane kennis over de wereld kwijtraken (bijvoorbeeld over recente politieke gebeurtenissen of gebruik van moderne technologie) of — en dit is zeldzamer — kunnen niet langer toegang hebben tot goed geleerde vaardigheden (bijvoorbeeld wat contactlenzen zijn en hoe je ze indoet). Ge­ge­ne­ra­li­seer­de dissociatieve amnesie begint plotseling; de verbijstering, de desoriëntatie en het doelloos dwalen van mensen met ge­ge­ne­ra­li­seer­de amnesie brengt ze meestal onder de aandacht van de politie of psychiatrische spoeddiensten. Dissociatieve fugue gaat vaak samen met ge­ge­ne­ra­li­seer­de dissociatieve amnesie. Hiervoor kan de specificatie ‘met dissociatieve fugue’ worden toegepast. Ge­ge­ne­ra­li­seer­de amnesie kan vaker voorkomen onder oor­logs­ve­te­ra­nen, slachtoffers van seksueel geweld en mensen die extreme emotionele stress of conflicten doormaken. Bij continue amnesie (anterograde dissociatieve amnesie) vergeet de persoon elke nieuwe gebeurtenis zodra deze zich heeft voorgedaan.

Mensen met dissociatieve amnesie beseffen vaak niet dat ze ge­heu­gen­pro­ble­men hebben (of zijn zich daar slechts gedeeltelijk van bewust). Sommige psy­cho­trau­ma­ti­sche gebeurtenissen, of delen daarvan, kunnen ze zich herinneren, maar geen andere vergelijkbare gebeurtenissen. Velen, in het bijzonder mensen met gelokaliseerde amnesie, bagatelliseren het belang van hun geheugenverlies en vinden het vervelend als hun gevraagd wordt om het onder ogen te zien.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.