Depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen die niet door een somatische aandoening zijn veroorzaakt De beoordeling of een somatische aandoening waarmee de depressieve-stem­mings­stoor­nis gepaard gaat deze stoornis veroorzaakt, hangt af van: (a) de afwezigheid van (een) depressieve episode(n) voordat de somatische aandoening zich voor het eerst openbaarde; (b) de waar­schijn­lijk­heid dat de somatische aandoening die met de depressieve-stem­mings­stoor­nis gepaard gaat deze kan bevorderen of veroorzaken; en (c) een beloop van de depressieve symptomen kort na het begin of rondom de verergering van de somatische aandoening, vooral als de depressieve symptomen afnemen rond de tijd dat de somatische aandoening met succes is behandeld of afneemt.

Depressieve-stem­mings­stoor­nis door een medicatie Een belangrijk voorbehoud hierbij is dat sommige somatische aandoeningen worden behandeld met medicatie (bijvoorbeeld steroïden of interferon alfa) die depressieve of manische symptomen kan veroorzaken. Bij dit soort gevallen is het klinisch oordeel op basis van alle aanwezige aanwijzingen de beste manier om te proberen de waar­schijn­lijk­ste en/of belangrijkste van de twee etiologische factoren uit elkaar te houden (een samengaan met de somatische aandoening versus een syndroom door een middel).

Delirium en uitgebreide of beperkte neurocognitieve stoornis Wanneer de stem­mings­stoor­nis uitsluitend optreedt in het beloop van een delirium, wordt geen afzonderlijke classificatie depressieve-stem­mings­stoor­nis door een somatische aandoening toegekend. Deze classificatie kan echter wel worden toegekend naast de classificatie van een uitgebreide of beperkte neurocognitieve stoornis als de clinicus oordeelt dat de stem­mings­stoor­nis het fysiologische gevolg is van het pathologische proces dat de neurocognitieve stoornis veroorzaakt, en als de depressieve symptomen prominent deel uitmaken van het klinische beeld.

Aan­pas­sings­stoor­nis­sen Het is belangrijk om een depressieve episode te onderscheiden van een aan­pas­sings­stoor­nis, aangezien het begin van een somatische aandoening op zichzelf een ingrijpende le­vens­ge­beur­te­nis is, die zowel aanleiding kan geven tot een aan­pas­sings­stoor­nis als tot een depressieve episode. De belangrijkste onderscheidende elementen zijn de ernst van het depressieve beeld en het aantal en de kwaliteit van de depressieve symptomen die de patiënt meldt of toont bij het psychiatrisch onderzoek. De differentiële classificatie van de comorbide somatische aandoening is relevant, maar overstijgt grotendeels het bereik van dit boek.

Demoralisering Demoralisering is een veelvoorkomende reactie op chronisch ziek zijn. Het wordt gekenmerkt door subjectieve gevoelens van incompetentie, hulpeloosheid en hopeloosheid, en door de wens om het op te geven. Demoralisering gaat vaak gepaard met depressieve symptomen, zoals een verlaagde stemming en vermoeidheid. Bij ge­de­mo­ra­li­seer­de mensen ontbreekt meestal de anhedonie die samenhangt met een depressieve-stem­mings­stoor­nis door een somatische aandoening, en zij zullen over het algemeen activiteiten die ze vroeger zinvol vonden nog steeds plezierig vinden, en in staat zijn om momenten van geluk te ervaren.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.