Na een beroerte begint een depressieve periode doorgaans acuut, volgens de grootste casuïstische series binnen enkele dagen na het cerebrovasculair accident (CVA). In sommige gevallen begint de depressiviteit echter weken of maanden na een CVA. In de grootste series bedroeg de duur van een depressieve episode na een CVA gemiddeld negen tot elf maanden. Bij de ziekte van Parkinson en de ziekte van Huntington begint de depressiviteit vaak nog voordat de motorische en cognitieve beperkingen die met deze aandoeningen gepaard gaan, zich voordoen. Dit is vooral opvallend bij de ziekte van Huntington, waarbij depressiviteit als het eerste neuropsychiatrische symptoom wordt beschouwd. Er is enig bewijs uit beschrijvend onderzoek dat depressiviteit minder vaak voorkomt naarmate de neurocognitieve stoornis door de ziekte van Huntington voortschrijdt. Bij sommige mensen met chronisch hersenletsel en andere aandoeningen van het centrale zenuwstelsel kunnen stemmingssymptomen in het beloop van de stoornis episodisch (dat wil zeggen terugkerend) zijn. Bij het syndroom van Cushing en bij hypothyreoïdie kan depressiviteit een vroege manifestatie van de ziekte zijn. Bij alvleesklierkanker gaat de depressiviteit vaak vooraf aan andere kenmerken.