Het essentiële kenmerk van de bipolaire-stemmingsstoornis door een middel of medicatie is een opvallende en persisterende stemmingsstoornis die in het klinische beeld op de voorgrond staat en wordt gekenmerkt door een abnormaal verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming en een abnormaal verhoogde activiteit of energie (criterium A); deze symptomen worden verondersteld te zijn ontstaan door de effecten van een middel (bijvoorbeeld een drug, medicatie of blootstelling aan een gifstof) (criterium B). Om aan de criteria voor de classificatie te voldoen, moeten de abnormaal verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming en de abnormaal verhoogde activiteit of energie zich tijdens of kort na de intoxicatie door of onttrekking van een middel of na blootstelling aan of onttrekking van een geneesmiddel hebben ontwikkeld, zoals blijkt uit de klinische anamnese, het lichamelijk onderzoek of de laboratoriumuitslagen (criterium B1), en moet het betreffende (genees)middel de abnormaal verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming en de verhoogde activiteit of energie kunnen veroorzaken (criterium B2). Bovendien zijn de abnormaal verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming en de verhoogde activiteit of energie niet beter te verklaren door een niet door een middel of medicatie veroorzaakte bipolaire-stemmingsstoornis.
Bewijs voor een onafhankelijke bipolaire-stemmingsstoornis omvat de waarneming dat de abnormaal verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming en verhoogde activiteit of energie al bestonden voorafgaand aan het gebruik van het (genees)-middel, dat de symptomen persisteren gedurende een aanzienlijke periode (bijvoorbeeld ongeveer een maand) na afloop van de acute onttrekking of ernstige intoxicatie, of dat er andere aanwijzingen zijn waaruit blijkt dat sprake is van een onafhankelijke bipolaire-stemmingsstoornis die niet door een middel/medicatie is veroorzaakt (criterium C), zoals een voorgeschiedenis met recidiverende manische episoden die niet door een middel/medicatie werden veroorzaakt. De classificatie bipolaire-stemmingsstoornis door een middel/medicatie is niet van toepassing wanneer de symptomen uitsluitend optreden in het beloop van een delirium (criterium D). Tot slot vereist de classificatie dat de door een middel/medicatie ontstane symptomen klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen veroorzaken (criterium E). De classificatie bipolaire-stemmingsstoornis dient alleen te worden toegekend in plaats van de classificatie intoxicatie door of onttrekkingssyndroom van een middel wanneer de symptomen van criterium A in het klinische beeld overheersen en dermate ernstig zijn dat ze op zichzelf een reden voor klinische aandacht vormen.
Een belangrijke uitzondering op de classificatie bipolaire-stemmingsstoornis door een middel/medicatie is de situatie waarin hypomanie of manie optreedt na gebruik van antidepressiva of een andere behandeling, en voortduurt nadat de fysiologische effecten van de medicatie voorbij zijn. Het persisteren van hypomanie of manie wordt beschouwd als een aanwijzing voor een echte bipolaire stoornis en niet voor een bipolaire-stemmingsstoornis door een middel/medicatie. Zo dienen ook mensen met manische of hypomanische episoden door elektroconvulsietherapie die aanhouden nadat de fysiologische effecten van de behandeling zijn uitgewerkt, de classificatie bipolaire-I- of -II-stoornis te krijgen, en niet bipolaire-stemmingsstoornis door een middel/medicatie. Bovendien kunnen de symptomen van een bipolaire-stemmingsstoornis door een middel/medicatie wijzen op een onderliggende bipolaire aanleg bij mensen bij wie voorheen geen bipolaire stoornis werd vastgesteld.
De bijwerkingen van sommige antidepressiva en andere psychofarmaca (bijvoorbeeld opvliegendheid of agitatie) kunnen gelijkenis vertonen met de primaire symptomen van een manisch syndroom, maar verschillen fundamenteel van bipolaire symptomen en voldoen niet aan de classificatie. Dat wil zeggen: de criteria voor de symptomen van manie of hypomanie zijn specifiek (agitatie is niet hetzelfde als het overmatig ondernemen van doelgerichte activiteiten), en daarnaast moeten er voldoende symptomen aanwezig zijn (niet slechts één of twee) om de classificatie te kunnen toekennen. Vooral de aanwezigheid van één of twee niet-specifieke symptomen — prikkelbaarheid, opvliegendheid of agitatie tijdens de behandeling met antidepressiva — zonder de aanwezigheid van een volledig manisch of hypomanisch syndroom mag niet als ondersteuning worden gezien van de classificatie van een bipolaire-stemmingsstoornis.