Een taalstoornis kan tegelijk voorkomen met de spraakklankstoornis, hoewel comorbide optreden tegen de leeftijd van 6 jaar zelden voorkomt. Vaak is er sprake van een positieve familieanamnese voor spraak- of taalstoornissen.
Als het probleem vooral te maken heeft met het vermogen om de betrokken spieren snel te coördineren, kan er sprake zijn van een vertraging in de ontwikkeling of slechte coördinatie van de vaardigheden die ook van de spraakmusculatuur en de daaraan gerelateerde gezichtsspieren gebruikmaken: onder andere kauwen, de mond gesloten houden en het snuiten van de neus. Andere gebieden van motorische coördinatie kunnen ook verstoord zijn, zoals bij de coördinatieontwikkelingsstoornis. De termen ‘spraakapraxie in de kindertijd’ en ‘verbale dyspraxie’ worden ook wel gebruikt voor motorische problemen met de spraakproductie.