Mensen met een nagebootste stoornis opgelegd aan zichzelf of opgedrongen aan iemand anders lopen het risico op hoge psychische lijdensdruk of beperkingen in hun functioneren als gevolg van de schade die ze veroorzaken bij zichzelf en anderen. Hun gedrag heeft vaak negatieve gevolgen voor familieleden, vrienden, religieuze leiders en zorgverleners (te denken valt aan de tijd, aandacht en middelen die men heeft besteed om medische zorg en emotionele ondersteuning te bieden aan de persoon die klachten heeft geveinsd). Mensen met een nagebootste stoornis opgedrongen aan iemand anders beweren soms ten onrechte dat hun kinderen een onderwijsachterstand of beperking hebben, waarvoor ze naar hun idee aanspraak mogen maken op speciale aandacht, vaak met aanzienlijke overlast voor onderwijsprofessionals tot gevolg. Sommige aspecten van de nagebootste stoornis kunnen een vorm van crimineel gedrag zijn (zoals bij de nagebootste stoornis opgedrongen aan iemand anders, waarbij het gedrag van de ouders een vorm van kindermishandeling is), maar dit criminele gedrag sluit de aanwezigheid van een psychische stoornis niet uit. Bovendien is er bij die gedragingen, waaronder ook het veroorzaken van verwonding of ziekte, sprake van misleiding.