Bestudeer de volgende casus

Bestudeer de volgende casus

De heer Van Hoorn, een 38-jarige marinier met een voor­ge­schie­de­nis van post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis (PTSS) als gevolg van blootstelling aan gewapende strijd tijdens een missie, wordt onderzocht op resterende slaapklachten. De heer Van Hoorn werd doorverwezen voor een slaaponderzoek nadat hij had meegedaan aan een onderzoek naar langdurige ex­po­su­re­the­ra­pie. Zijn PTSS-symptomen zijn bijna volledig verdwenen, maar hij heeft nog steeds moeite met het in slaap vallen en het doorslapen. Hij rapporteert dat hij voor zijn uitzending nog nooit slaapproblemen had gehad. Tijdens zijn missie moest hij echter ’s nachts de wacht houden en overdag slapen, wat volgens hem de oorzaak is dat zijn slaappatroon nog steeds ontregeld is. Ter compensatie van zijn slaapgebrek ’s nachts doet hij overdag vaak een dutje en drinkt hij koffie of rookt hij sigaretten om alert te blijven. Hij maakt zich zorgen over de invloed van zijn gebrek aan slaap op de relatie met zijn kinderen, en hij is bang dat het vanwege zijn verstoorde slaap moeilijk zal zijn om opnieuw aan het werk te gaan.

Insomnia wordt weliswaar vaker gezien bij vrouwen, maar het komt ook geregeld bij mannen voor. Mensen met psychiatrische aandoeningen hebben vaak ook comorbide insomnia, en 40–50% van de mensen met een in­som­ni­a­stoor­nis heeft een comorbide psychische stoornis. In het verleden werd insomnia vaak als secundair beschouwd aan de psychiatrische aandoening, maar recent onderzoek heeft uitgewezen dat het zorgvuldiger is om de stoornissen als comorbide aandoeningen te beschouwen, en niet de ene stoornis als belangrijker dan de andere te zien of een eventuele causaliteit tussen beide vast te stellen. Bij patiënten met een depressieve stoornis is insomnia het meest gemelde restsymptoom, en onbehandelde slaapklachten kunnen een nieuwe depressieve episode oproepen.

Mensen met PTSS hebben vaak een gefragmenteerde slaap, en de heer Van Hoorn is daarop geen uitzondering. Hij vertoont een slechte slaaphygiëne (bijvoorbeeld frequente dutjes) en hij gebruikt stimulerende middelen. Door een verdere uitwerking van de anamnese kan bepaald worden of hij een andere slaapstoornis heeft, zoals een slaapstoornis door een middel/medicatie (hij gebruikt een grote hoeveelheid stimulerende middelen om alert te blijven) of een circadianeritme-slaap-waakstoornis, waardoor zijn ge­des­or­ga­ni­seer­de slaappatroon verklaard zou kunnen worden. Insomnia komt bij veteranen veel voor.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.