Psychiatrische klinimetrie

De psychiatrische anamnese en het status-men­ta­lis­on­der­zoek kunnen worden aangevuld met gevalideerde en betrouwbare meet­in­stru­men­ten. Dankzij deze meet­in­stru­men­ten is de psychiatrische diagnostiek minder subjectief en is formeel onderzoek naar be­han­del­uit­kom­sten mogelijk. Er bestaan veel van dergelijke gevalideerde meet­in­stru­men­ten, waarvan sommige door de patiënt, en sommige door de clinicus kunnen worden ingevuld. Sommige meet­in­stru­men­ten leveren informatie over diverse diagnostische aan­dachts­ge­bie­den, en andere hebben een beperkt aandachtsgebied, zoals de emotionele en cognitieve vermogens van de patiënt. Sommige meet­in­stru­men­ten zijn bedoeld om de aard, ernst en duur van bepaalde soorten aandoeningen te meten. Clinici dienen zich in de voor- en nadelen van deze meet­in­stru­men­ten te verdiepen, zoals hun validiteit, sensitiviteit en specificiteit, en moeten leren hoe zij deze instrumenten bij hun patiënten kunnen toepassen, in combinatie met het status-men­ta­lis­on­der­zoek.

In de DSM-5 is in deel III het hoofdstuk ‘Meet­in­stru­men­ten’ opgenomen, waar de volgende meet­in­stru­men­ten zijn te vinden:

DSM-5-niveau 1-vragenlijst algemene psychiatrische symptomen voor volwassenen

DSM-5-niveau 1-vragenlijst algemene psychiatrische symptomen voor kinderen van 6–17 jaar

Dimensionale beoordeling van de ernst van psy­cho­se­symp­to­men

World Health Organization Disability Assessment Schedule 2.0 (WHODAS 2.0)

Al deze meet­in­stru­men­ten meten symptomen op een dimensionale manier — dat wil zeggen dat de symptomen volgens punten op een continuüm worden ingeschaald (van licht tot ernstig). Dit be­oor­de­lings­sys­teem verschilt sterk van systemen waarbij alleen, op categoriale wijze, wordt aangegeven of een symptoom al dan niet aanwezig is. De meeste criteria in de DSM-5 zijn categoriaal; met andere woorden: de betreffende persoon heeft het symptoom wel, of hij/zij heeft het symptoom niet. Bij dimensionale metingen zijn er meer graduele verschillen aan te geven en is meer nuancering mogelijk (zie hoofdstuk 3, ‘Inzicht in de verschillende manieren van diagnostisch classificeren‘).

De ‘DSM-5-niveau 1-vragenlijst algemene psychiatrische symptomen’, die afzonderlijke versies heeft voor volwassenen en kinderen, wordt gebruikt om de symptomen van diverse domeinen op een continuüm te meten. De symptomen komen niet nood­za­ke­lij­ker­wijs overeen met een classificatie. Ook betekent de vaststelling dat een symptoom aanwezig is niet automatisch dat er sprake is van een bepaalde stoornis, aangezien dit symptoom bij meerdere stoornissen kan optreden. Slaapproblemen kunnen bijvoorbeeld bij diverse stoornissen optreden. De term ‘algemene’ in de naam van dit instrument is gekozen omdat deze symptomen zich niet beperken tot een bepaalde classificatie en omdat ze een algemene indruk geven van het klinische beeld van de patiënt, zonder diagnostiek. De symptomen van de patiënt worden op dimensionale wijze gescoord en dit vormt een aanvulling op de categoriale clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria in de DSM-5.

Naast deze twee algemene meet­in­stru­men­ten zijn in de DSM-5 twee meer specifieke dimensionale meet­in­stru­men­ten opgenomen. De ‘Dimensionale beoordeling van de ernst van psy­cho­se­symp­to­men’ is een be­oor­de­lings­schaal voor de ernst van acht symptomen van psychotische stoornissen. De WHODAS 2.0 wordt gebruikt om de mate van de beperkingen te meten die als gevolg van een somatische of psychische aandoening optreden, en die in het dagelijks leven gedurende de afgelopen dertig dagen zijn ervaren. De WHODAS 2.0 is een dimensionale 5-punts­be­oor­de­lings­schaal variërend van geen problemen met het uitvoeren van een activiteit, tot deze helemaal niet kunnen uitvoeren. De 36 genoemde activiteiten komen voor in het dagelijks functioneren, zoals zich voortbewegen, zichzelf verzorgen en met anderen omgaan. Deze schaal meet het functioneren ongeacht de classificatie of diagnose; de beperking kan secundair zijn aan alle mogelijke somatische of psychische aandoeningen, maar het is niet nodig om te weten welke specifieke aandoening(en) dit betreft.

De drie soorten be­oor­de­lings­scha­len in het DSM-5-hoofdstuk ‘Meet­in­stru­men­ten’ kunnen naast het status-men­ta­lis­on­der­zoek worden gebruikt. Alle drie de schalen zijn dimensionaal opgebouwd en zijn niet bedoeld om een diagnose te stellen. Het status-men­ta­lis­on­der­zoek is bedoeld om DSM-classificaties vast te stellen; de meet­in­stru­men­ten voegen hieraan een waarde en nuancering toe, door te proberen de klachten en de ernst en beperkingen van de in het diagnostisch onderzoek vastgestelde stoornissen te kwantificeren.

Soms is er sprake van een complexe wisselwerking tussen psychiatrische en somatische aandoeningen. Somatische aandoeningen kunnen psychiatrische stoornissen veroorzaken, zoals stem­mings­stoor­nis­sen, angst­stoor­nis­sen, psy­cho­se­spec­trum­stoor­nis­sen en neurocognitieve stoornissen. Bovendien kunnen somatische aandoeningen een negatieve invloed uitoefenen op al eerder bestaande psychische stoornissen. Daarnaast kunnen patiënten met een somatische aandoening psychische problemen ervaren in verband met de diagnose van die aandoening. Andersom kunnen ook al eerder bestaande psychische aandoeningen de oorzaak zijn, onderliggend zijn, of samengaan met somatische aandoeningen. Clinici dienen alert te zijn op deze interacties.

Met een lichamelijk onderzoek en la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoek in combinatie met de speciële somatische anamnese en de tractusanamnese, zijn belangrijke somatische problemen beter aan het licht te brengen. Het signaleren van somatische problemen is een essentieel onderdeel van een algeheel bio­psy­cho­so­ci­aal preventie- en behandelplan. Indien een lichamelijk onderzoek van toepassing is, dient dit grondig en conform de standaarden te worden uitgevoerd. Met de aanvraag van la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoe­ken en andere diagnostische onderzoeken dient voorzichtig te worden omgesprongen, vanwege de mogelijke irrelevantie en kosten die daaraan zijn verbonden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.