Mevrouw Aalbers, een 32-jarige vrouw, komt naar het spreekuur vanwege insomniaklachten. Ze heeft al eerder korte periodes van slapeloosheid gehad, die meestal samenhingen met het maken van een reis of een andere bron van stress en die verdwenen door het gebruik van slaappillen. Maar in de afgelopen zes maanden is het voor haar steeds moeilijker geworden om in slaap te vallen, ondanks het feit dat ze elke nacht een slaappil neemt. Negen maanden geleden begon ze te merken dat ze midden in de nacht wakker werd en dan piekerde over haar werk of haar aanstaande huwelijk. Maar meer recent is dit uitgemond in moeilijkheden met het in slaap vallen in het begin van de nacht. Ze maakt zich nu overdag zorgen over haar onvermogen om te slapen en ze is daardoor bang geworden voor de nacht. Volgens haar leidt haar slaapgebrek ertoe dat ze prikkelbaarder is, een verminderde concentratie heeft en ineffectief is op het werk. Om zich aan te passen aan haar slaappatroon, plant ze sinds kort geen sociale uitstapjes en bijeenkomsten in de vroege ochtend meer. Ze is zo gepreoccupeerd geraakt met haar slaapproblemen dat haar huisarts een benzodiazepine heeft voorgeschreven om haar te helpen met de angst, maar ze wil deze medicatie liever niet nemen, want: ‘Het enige waar ik me zorgen over maak is mijn slaap.’
Een insomniastoornis komt vaker voor bij vrouwen en manifesteert zich doorgaans voor het eerst in de jongvolwassenheid. Vaak zullen patiënten korte, voorafgaande episoden melden die vanzelf zijn overgegaan. Om echter aan de criteria voor de classificatie insomniastoornis te kunnen voldoen, dient de index-episode gedurende minstens drie maanden aan te houden en de insomnia minstens drie nachten per week op te treden. In het geval van mevrouw Aalbers is de belangrijkste component in haar verhaal de aanzienlijke impact die het slaapprobleem volgens haar heeft op haar functioneren overdag en haar toenemende preoccupatie met en bezorgdheid over haar slaap. Het komt vaak voor dat mensen in het midden van de nacht ontwaken, maar iemand met insomnia raakt daar bezorgd of gestrest door, probeert krampachtig om in slaap te vallen, en lijdt onder zijn of haar beperkingen overdag. Soms leidt het ontwaken halverwege de slaap tot zoveel stress dat de persoon in kwestie door het tobben daarover ook in het begin van de nacht moeite krijgt met het in slaap vallen. De zeer angstige presentatie van mevrouw Aalbers duidt op de hyperarousal die vaak wordt gezien bij mensen met insomnia. Hoewel ze comorbide depressiviteit en angst kunnen hebben, rapporteren sommige mensen dat hun enige zorg de slaap betreft. Tot slot gebruiken veel patiënten met een insomniastoornis hypnotica.
Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.