Bestudeer de volgende casus

Bestudeer de volgende casus

Mevrouw Braam komt met haar 40-jarige echtgenoot op consult en meldt dat hij problemen heeft op het gebied van ‘angst’. De onderzoeker stelt vast dat de heer Braam episoden heeft met ‘hartkloppingen’, ‘kortademigheid’, moeite met slikken en het gevoel dat zijn hart ‘een slag overslaat’. Deze episoden duren steeds ongeveer tien minuten. De onderzoeker doet navraag naar eventuele luxerende factoren. De heer Braam vertelt dat hij in de afgelopen week bij de afdeling spoedeisende hulp is geweest nadat hij een aanval had gekregen toen hij hoorde dat een collega met een hartinfarct in het ziekenhuis was opgenomen. Hij vertelt dat zijn vader twee jaar geleden aan een myocardinfarct is overleden en dat hij sindsdien het gevoel heeft dat hij zelf ook hartproblemen heeft. Tijdens een onderzoek bij zijn huisarts, vlak na de dood van zijn vader, was zijn hartonderzoek volkomen normaal, maar toch maakt hij zich zorgen dat hij ‘elk moment’ een hartinfarct kan krijgen. De heer Braam is daarna niet meer naar de huisarts geweest omdat hij ‘slecht nieuws niet aankan’. Volgens zijn vrouw is hij ‘geobsedeerd met het idee dat hij hartproblemen heeft’. Voorheen ging hij altijd graag sporten, maar nu is hij daarmee gestopt omdat hij zijn hart niet wil ‘belasten’ en ‘niet dood wil neervallen’. Op zijn werk ging hij bepaalde collega’s vermijden, omdat hij ‘er niet tegen kon’ verhalen over hun hartproblemen te horen. Hij zegt geen misbruik te maken van middelen.

De heer Braam heeft waarschijnlijk een ziek­te­angst­stoor­nis maar zijn geval is atypisch. Hij beschrijft een aantal symptomen van paniekaanvallen. De aanvallen lijken echter te worden voorafgegaan door ongerustheid over zijn hart. Hij is gepreoccupeerd met het idee een hartaandoening te hebben, net als zijn vader, maar uit lichamelijke onderzoeken is tot nog toe niet gebleken dat er sprake is van een hartprobleem. Mensen met een ziek­te­angst­stoor­nis kunnen paniekaanvallen krijgen die worden geluxeerd door ongerustheid over ziekte (in dit geval ongerustheid over een myocardinfarct). De casus beschrijft een ziek­te­angst­stoor­nis bij een man; de prevalentie van deze stoornis is voor mannen en vrouwen gelijk. Minstens een kwart van alle mensen met een ziek­te­angst­stoor­nis heeft een angststoornis, en wanneer sommige aanvallen niet door ongerustheid over de gezondheid worden geluxeerd, kan een aparte classificatie paniekstoornis worden toegekend.

De heer Braam vertoont kenmerken van het zorgmijdende type. Hij vermijdt li­chaams­be­we­ging omdat hij bang is dat dit zijn leven in gevaar kan brengen. Hij gaat ook niet meer naar zijn huisarts omdat hij bang is ongunstige berichten over zijn lichamelijke gezondheid te krijgen. Hij is snel ongerust als hij hoort dat anderen ge­zond­heids­pro­ble­men hebben en als gevolg daarvan gaat hij op het werk bepaalde collega’s uit de weg. Het is duidelijk dat grondig somatisch onderzoek noodzakelijk is om een somatische aandoening te kunnen uitsluiten.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.