Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
De eerste vraag in de differentiële diagnostiek is of er een onderliggende somatische aandoening aanwezig is die het klinische beeld volledig kan verklaren. De aanwezigheid van een onderliggende aandoening betekent niet dat er geen comorbide ziekteangststoornis kan zijn, maar als dat zo is, moeten de angst en ongerustheid over de gezondheid duidelijk disproportioneel zijn ten opzichte van de somatische aandoening om aan de classificatie ziekteangststoornis te kunnen voldoen. Mensen met een ziekteangststoornis zijn bang om een ernstige somatische ziekte te krijgen. Ook bij de conversiestoornis (functioneel-neurologisch-symptoomstoornis) en de somatisch-symptoomstoornis is sprake van somatische klachten, maar mensen met deze stoornissen willen vooral verlichting van hun klachten en zijn minder bezorgd dat zij een ernstige ziekte hebben, of ongerust of zij op basis van hun klachten wel de juiste diagnose krijgen. De angst bij een ziekteangststoornis beperkt zich tot zorgen over de gezondheid; dit vergemakkelijkt het onderscheid met andere angststoornissen, zoals de gegeneraliseerde-angststoornis en de obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen. De angst bij een gegeneraliseerde-angststoornis betreft soms ook angst over de gezondheid, maar deze angst is dan slechts één van meerdere terreinen waarover iemand met een gegeneraliseerde-angststoornis zich zorgen maakt. Sommige mensen krijgen paniekaanvallen die worden geluxeerd door hun zorgen over ziekte. De classificatie paniekstoornis mag echter alleen worden overwogen bij mensen met paniekaanvallen die niet worden opgeroepen door zorgen over hun gezondheid. Mensen met een ziekteangststoornis hebben geen wanen en staan ook open voor de mogelijkheid dat zij de gevreesde ziekte niet hebben. Angst is een veelvoorkomende reactie op een somatische ziekte. Als de angst ernstig genoeg is en er een duidelijk verband is met het begin van de somatische aandoening, dient de classificatie aanpassingsstoornis te worden overwogen. De classificatie ziekteangststoornis mag alleen worden toegekend wanneer de angst over de gezondheid disproportioneel is ten opzichte van de somatische aandoening en lang genoeg aanhoudt. Ook mensen met een depressieve episode kunnen gepreoccupeerd zijn met ziekte, maar de classificatie ziekteangststoornis moet worden overwogen als de preoccupatie met de gezondheid ook los van de depressieve stoornis aanwezig is.
De exacte comorbiditeit is niet bekend omdat de ziekteangststoornis een nieuwe stoornis is, maar ongeveer twee derde van alle mensen met een ziekteangststoornis heeft daarnaast minstens één andere psychiatrische stoornis. Comorbide psychiatrische stoornissen zijn onder andere: angststoornissen, zoals de gegeneraliseerde-angststoornis of paniekstoornis; de obsessieve-compulsieve stoornis; en stemmingsstoornissen, waaronder de depressieve stoornis en de persisterende depressieve stoornis (dysthymie). Daarnaast kunnen mensen met een ziekteangststoornis ook comorbide persoonlijkheidsstoornissen hebben.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentisële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentisële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.