De 44-jarige heer Van de Zande meldt dat hij al maanden last heeft van buikpijn en graag opnieuw een coloscopie wil ondergaan. De onderzoeker stelt vast dat de heer Van de Zande in de afgelopen maanden uitgebreid is onderzocht, met onder andere een lichamelijk onderzoek, laboratoriumonderzoek, röntgenonderzoek, coloscopie en een CT-scan van de buik; uit geen van deze onderzoeken zijn bijzonderheden naar voren gekomen. De onderzoeker vraagt hem ‘de buikpijn te omschrijven’ waarna de heer Van de Zande uitlegt dat zijn buik ‘vol’ voelt en ‘enorm rommelt’. Hij vertelt ook dat hij af en toe diarree heeft. Als de onderzoeker de heer Van de Zande vraagt waar deze klachten volgens hem vandaan komen, antwoordt hij: ‘Ik weet zeker dat het darmkanker is.’
De onderzoeker vraagt patiënt wat hij vindt van de niet-afwijkende bevindingen van alle onderzoeken die tot nog toe zijn gedaan, waarna de heer Van de Zande antwoordt: ‘De onderzoeken moeten de tumor wel hebben gemist, want ik voel een massa in mijn buik zitten en die wordt steeds groter.’ De onderzoeker vraagt vervolgens hoe vaak hij de ‘massa’ heeft bevoeld en of hij ook op andere manieren heeft gecontroleerd of hij ziek is. De heer Van de Zande antwoordt dat hij meerdere keren per dag op zijn buik drukt en ook onnoemelijk vaak op internet heeft gezocht naar symptomen en behandelingen van darmkanker. De onderzoeker vraagt: ‘In hoeverre hebben deze klachten invloed op uw dagelijkse activiteiten, en doet u vanwege deze klachten bepaalde dingen niet?’, waarop de heer Van de Zande antwoordt dat hij wel als docent kon blijven werken maar dat hij vanwege alle consulten meerdere dagen heeft verzuimd en bang is dat hij in de toekomst nog meer dagen moet missen om een behandeling te kunnen ondergaan als hij eenmaal de diagnose kanker krijgt. Hij zegt ook dat de gedachten over de kanker hem een groot deel van de dag erg bezighouden en dat dit volgens hem een negatieve invloed heeft op het lesgeven. Hij antwoordt ontkennend op de vraag of hij ook op andere terreinen zorgen heeft.
De heer Van de Zande beschrijft een hoge mate van angst over zijn lichamelijke klachten, zoals een vol gevoel en rommelen in de buik. Er dient altijd een volledig somatisch onderzoek te worden uitgevoerd; in dit geval is bij het uitgebreide onderzoek geen oorzaak voor de ervaren klachten aangetoond. De somatische klachten lijken niet heel ernstig, maar beginnen het functioneren van deze patiënt op het werk te beïnvloeden (zoals dagen missen voor de onderzoeken en een preoccupatie met ziekte tijdens het werk). Zijn angst houdt verband met de vrees darmkanker te hebben en niet zozeer met de last die hij ondervindt van zijn buikklachten; ook draait zijn angst hoofdzakelijk om ongerustheid over ziekte en niet om activiteiten of gebeurtenissen op allerlei andere terreinen. De heer Van de Zande beschrijft daarnaast buitensporige gedragingen in verband met zijn angst voor darmkanker, zoals regelmatig zijn buik bevoelen op de aanwezigheid van een tumor, en vaak zoeken op het internet. Daarnaast heeft hij geregeld medische hulp gezocht voor zijn klachten. De onderzoeker zal willen nagaan hoelang deze klachten al bestaan — volgens de criteria dient de preoccupatie met het hebben van een ziekte minstens zes maanden aanwezig te zijn.
Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.