Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
Ondergewicht op zichzelf kan op diverse stoornissen wijzen, waaronder enkele somatische aandoeningen. Mensen met ondergewicht door een somatische aandoening zijn zich doorgaans bewust van de ernst van hun te lage gewicht en zijn bereid om aan te komen als ze dat zouden kunnen. Een depressieve stoornis kan gepaard gaan met een verlies van eetlust en gewichtsverlies, maar ook dan hebben deze mensen vaak de wens om weer op gewicht te komen en erkennen ze dat zij ondergewicht hebben. Bij schizofrenie en stoornissen in het gebruik van een middel is soms sprake van een veranderd eetpatroon of slechte voeding, maar deze mensen zijn niet bang om aan te komen. Bij een sociale-angststoornis (sociale fobie), obsessieve-compulsieve stoornis of morfodysfore stoornis kan er sprake zijn van symptomen op het gebied van voeding en lichaamsgerelateerde symptomen. Wanneer iemand aan de criteria voor anorexia nervosa voldoet en alleen de eetgerelateerde symptomen van de sociale-angststoornis of obsessieve-compulsieve stoornis vertoont, worden deze laatste twee classificaties niet toegekend. Wanneer de bezorgdheid over het lichaam bij de morfodysfore stoornis geen verband houdt met het figuur en het gewicht (iemand vindt bijvoorbeeld zijn of haar neus te groot), dient een extra classificatie te worden toegekend. Boulimia nervosa is de juiste classificatie wanneer er sprake is van eetbuien en purgeren, en er geen sprake is van een te laag lichaamsgewicht. Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis is de juiste classificatie wanneer de beperking van voedsel niet met een verstoord lichaamsbeeld gepaard gaat.
Mensen met anorexia nervosa kunnen door hun slechte voedingstoestand en doordat zij sociale situaties waarin voedsel een rol speelt vermijden, een trage en schuwe indruk maken. Vaak hebben zij obsessieve gedachten over voedsel en het gewicht, en ook een wens om voor anderen te koken. Mensen met anorexia nervosa zijn daarnaast vaak rigide, rechtlijnig en leedvermijdend (harm avoidant). Sommigen gaan extreem veel bewegen, en dit kan ook aan de stoornis voorafgaan. Ze laten zich niet behandelen voordat de familie hierop heeft aangedrongen en sommige patiënten komen pas wanneer zij somatische problemen hebben, zoals bradycardie, orthostatische hypotensie of veelvuldige botbreuken als gevolg van hun lage botdichtheid.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentisële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentisële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.