Antwoorden
Antwoorden
1Patiënten met de ziekte van Alzheimer hebben de meeste moeite om zich recente gebeurtenissen te herinneren.
2Onjuist. Eén ander cognitief domein moet ook zijn aangetast.
3Het dagelijkse functioneren is het belangrijkste aspect dat moet worden gebruikt om onderscheid te maken tussen een beperkte en een uitgebreide NCS. Bij een beperkte NCS is het vermogen van de patiënt om zelfstandig te functioneren relatief intact, terwijl bij een uitgebreide NCS de patiënt de hulp van anderen nodig heeft bij de instrumentele activiteiten van het dagelijks leven.
4Het hoofdkenmerk van een delirium is een stoornis in het bewustzijn en/of de aandacht die zich snel heeft ontwikkeld.
5Visuele hallucinaties kunnen ook optreden bij een delirium.
6De drie belangrijkste diagnostische kenmerken van een uitgebreide of beperkte NCS met lewylichaampjes zijn fluctuaties in het cognitieve functioneren (bewustzijn en aandacht); terugkerende visuele hallucinaties; en spontane kenmerken van parkinsonisme, die begonnen zijn nadat de cognitieve achteruitgang zich heeft ingezet.
7Bij een uitgebreide of beperkte vasculaire NCS worden de complexe aandacht (inclusief de verwerkingssnelheid) en de executieve functies het vaakst aangetast.
8Juist. Aanwijzingen uit beeldvormend onderzoek voor een ernstige cerebrovasculaire ziekte die kan leiden tot de neurocognitieve beperkingen is voldoende voor de classificatie NCS door waarschijnlijk vasculaire ziekte.
9Risicofactoren die samenhangen met een uitgebreide of beperkte vasculaire NCS zijn onder meer hoge bloeddruk, diabetes, roken, overgewicht, een hoog cholesterolgehalte, atriumfibrilleren, cerebrale amyloïdangiopathie en erfelijke aandoeningen zoals het CADASIL-syndroom.
10Onjuist. De keuze tussen ‘beperkt’ en ‘uitgebreid’ is gebaseerd op de ernst van de cognitieve beperkingen.