Werkwijze bij de diagnostiek
Werkwijze bij de diagnostiek
Veel mensen met pica worden door hun huisarts doorverwezen voor behandeling nadat zij gastro-intestinale complicaties hebben gekregen door inname van niet-eetbare stoffen. Mensen komen er doorgaans niet openlijk voor uit dat zij stoffen hebben gegeten die niet voor consumptie zijn bestemd, omdat ze zich schuldig voelen, zich ervoor schamen, of (bij kinderen) er eerder voor gestraft zijn. Vanwege de verborgen aard van deze stoornis is een heteroanamnese van de ouders of, zo mogelijk, andere gezinsleden noodzakelijk, en dienen alle vragen van de psychiatrische anamnese op voorzichtige en niet-oordelende wijze te worden gesteld.
De classificatie pica wordt toegekend als iemand minstens een maand lang niet voor consumptie bestemde stoffen eet (bijvoorbeeld ijs, aarde, krijt, papier, verf of haar). Veel patiënten melden dat zij vooral één specifieke niet voor consumptie bestemde stof eten, maar er zijn ook patiënten die meerdere stoffen gebruiken. Het is belangrijk te vragen naar de duur en frequentie van het eten van deze stoffen, ongeacht welke stof het betreft. Het ontwikkelingsniveau is een belangrijke factor bij het vaststellen van de classificatie; pica wordt zelden voor de 2-jarige leeftijd toegekend. Aangezien dreumesen vaak voorwerpen en niet voor consumptie bestemde stoffen opeten, mag pas van pica worden gesproken als de tandjes al zijn doorgebroken en de fase van orale exploratie voorbij is. Bovendien dient de clinicus zich bij de overweging van de classificatie pica te verdiepen in de cultureel bepaalde gebruiken binnen het gezin. Als het eetgedrag door culturele normen wordt ondersteund, zoals spirituele of medicinale gebruiken, wordt niet voldaan aan de criteria voor pica.
Tot slot moet bij de overweging van pica rekening worden gehouden met de aanwezigheid van een andere psychische stoornis, zoals de autismespectrumstoornis of schizofrenie. De classificatie pica wordt toegekend als het eetgedrag ernstig genoeg is om gerichte behandeling naast de behandeling van de andere stoornis te rechtvaardigen. De classificatie hangt over het algemeen samen met de ernst en de frequentie van de inname van niet-eetbare stoffen en de invloed daarvan op andere aspecten van het functioneren, zoals het binnenkrijgen van voldoende voedingsstoffen.