Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
Pica kan tegelijk met andere stoornissen worden toegekend, maar niet met deze drie belangrijkste, pica uitsluitende classificaties: anorexia nervosa (bij inname van niet-eetbare zaken om eetlust tegen te gaan), nagebootste stoornis (bij inname van niet voor consumptie bestemde zaken om symptomen van een ziekte voor te wenden) en niet-suïcidale zelfbeschadiging (bij doorslikken van voorwerpen zoals naalden).
Pica mag naast een gastro-intestinale aandoening worden toegekend, aangezien de inname van sommige zaken die niet voor consumptie bestemd zijn tot complicaties kunnen leiden, zoals problemen met de darmpassage of peristaltiek. Het is zelfs zo dat het verstoorde eetgedrag soms pas na het optreden van somatische complicaties aan het licht komt. Soms heeft pica met verwaarlozing te maken of met gebrek aan toezicht, en de stoornis gaat vaak samen met een verstandelijke beperking of een autismespectrumstoornis. Pica kan ook voorkomen bij mensen met schizofrenie of een obsessieve-compulsieve stoornis. Mensen met trichotillomanie (haaruittrekstoornis) of een excoriatiestoornis (huidpulkstoornis) eten soms hun haar of huid; dit kan uitmonden in pica als het eten van deze zaken ernstig genoeg is om een reden te zijn voor behandeling. Tot slot krijgen vrouwen soms pica in reactie op ongewone hunkeringen (cravings) tijdens de zwangerschap.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.