Antwoorden
Antwoorden
1Voor de classificatie somatisch-symptoomstoornis moeten de bijkomende maladaptieve gedachten, gevoelens en gedragingen excessief zijn.
2De minimale duur van de symptomen bij de somatisch-symptoomstoornis en de duur van de preoccupatie met gezondheid bij de ziekteangststoornis is zes maanden.
3Bij de cognitieve kenmerken van de somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen horen een intensieve aandacht voor lichamelijke klachten, het toeschrijven van normale lichamelijke gewaarwordingen aan pathologische ziektetoestanden en doorgaans hevige ongerustheid over de eigen gezondheidstoestand.
4Ggz-hulpverleners kunnen de ziekteangststoornis onderscheiden van de somatisch-symptoomstoornis door de wetenschap dat mensen met een ziekteangststoornis hevig ongerust zijn over hun gezondheid terwijl hun gerichtheid op bijkomende somatische klachten minimaal is.
5Abnormale of excessieve gezondheidsgerelateerde gedragingen die mensen met een somatisch-symptoomstoornis kunnen vertonen zijn bijvoorbeeld herhaaldelijk controleren op abnormaliteiten op het gebied van de gezondheid, een hoog zorggebruik en vermijden van activiteiten die naar het inzicht van de persoon in kwestie zijn of haar gezondheidstoestand kunnen verslechteren.
6Mensen met een conversiestoornis hebben functionele symptomen of uitvalsverschijnselen in de willekeurige motorische of de sensorische functies.
7De psychische of gedragsfactoren moeten een negatieve invloed hebben op de onderliggende algemene lichamelijke toestand van de persoon in kwestie.
8De DSM-IV-classificaties somatisatiestoornis, hypochondrie, pijnstoornis en ongedifferentieerde somatoforme stoornis vallen in de DSM-5 grotendeels onder de somatisch-symptoomstoornis.
9Bij een nagebootste stoornis wendt iemand opzettelijk symptomen en ziekteverschijnselen voor met als doel de rol van zieke te kunnen aannemen.
10De belangrijkste differentiële diagnoses die bij de conversiestoornis moeten worden overwogen zijn neurologische of andere somatische aandoeningen.