Werkwijze bij de diagnostiek
Werkwijze bij de diagnostiek
De meeste mensen met fetisjisme (het gebruik van een fetisj tijdens de geslachtsgemeenschap of masturbatie, of het fantaseren over het gebruik ervan) zoeken geen hulp en worden niet gediagnosticeerd. Het kan zijn dat hun sekspartner hun gedrag tolereert. Een fetisjismestoornis is alleen aan de orde wanneer de patiënt als gevolg van zijn fetisjisme aanzienlijke lijdensdruk of beperkingen ervaart op belangrijke terreinen van het functioneren. Mensen die wel lijdensdruk en/of beperkingen ervaren als gevolg van het gebruik van een fetisj — en die dus aan de classificatiecriteria voor de fetisjismestoornis voldoen — hebben een grotere kans om een classificatie toegekend te krijgen, omdat de kans groter is dat zij vanwege het lijden of de beperkingen een clinicus raadplegen. Een fetisjismestoornis wordt meestal als onschadelijk beschouwd, tenzij deze leidt tot criminele activiteiten, zoals het stelen van een bepaalde fetisj of een hele verzameling van fetisjen (waarvan sommige heel bijzonder of duur kunnen zijn). Niet alleen voorwerpen kunnen als fetisj gebruikt worden, maar ook specifieke niet-genitale lichaamsdelen, zoals voeten, tenen en haren.
Mensen (voornamelijk mannen) met een fetisjismestoornis kunnen één specifieke fetisj hebben, meer dan één, of een bepaalde combinatie van fetisjen. Handelingen waarbij een fetisj gebruikt wordt zijn onder andere ermee wrijven, eraan ruiken, het aanraken of inbrengen, een sekspartner vragen om het te dragen, en het te zoenen of eraan te zuigen (bijvoorbeeld bij niet-genitale lichaamsdelen). Iemand kan deze handelingen uitvoeren tijdens de geslachtsgemeenschap met een partner, tijdens het masturberen, of tijdens intense seksuele fantasieën. Het fetisjistische gedrag dient zich niet te beperken tot crossdressing of het gebruik van voorwerpen die zijn ontworpen voor een verhoogde seksuele stimulatie, zoals vibrators. Het is belangrijk om op te merken dat de classificatie fetisjismestoornis niet vereist dat een fetisj tijdens de geslachtsgemeenschap wordt gebruikt. Ook bij het gebruik van een fetisj tijdens het masturberen of fantaseren kan de stoornis vastgesteld worden.
Als een voorkeursfetisj niet beschikbaar is tijdens de geslachtsgemeenschap kunnen beperkingen in het seksuele functioneren ontstaan. Een seksuele disfunctie vanwege het ontbreken van een fetisj dient onderscheiden te worden van een seksuele disfunctie om een andere reden, zoals een lichamelijke aandoening, depressiviteit (zelfs als die veroorzaakt wordt door een fetisjismestoornis) of medicijngebruik.
Bij de classificatie moet worden gespecificeerd of de fantasieën, drang of het gedrag zich richten op een of meer voorwerpen of specifieke lichaamsdelen. Ook moet worden gespecificeerd of het gedrag volledig in remissie is en of het optreedt in een gereguleerde omgeving of niet.
Fetisjen kunnen zich voor de adolescentie ontwikkelen of, vaker, tijdens de puberteit. Een fetisjismestoornis is vaak een chronische stoornis die fluctueert qua intensiteit en qua frequentie van impulsen of handelingen. In klinische steekproeven komt de stoornis vrijwel uitsluitend bij mannen voor. Er bestaan geen specifieke tests die behulpzaam zijn bij het vaststellen van de classificatie. Daarom is de classificatie gebaseerd op klinische verschijnselen en beschrijving en hangt deze af van het oordeel van de clinicus.