Differentiële diagnostiek
Differentiële diagnostiek
In een samenleving die vaak wordt omschreven als geobsedeerd met het uiterlijk, is het belangrijk om onderscheid te maken tussen een normale, met de cultuur overeenstemmende ongerustheid over het uiterlijk, en de pathologische preoccupatie van de morfodysfore stoornis. Voor de classificatie morfodysfore stoornis dient de ongerustheid overmatig te zijn en klinisch significante beperkingen in het functioneren te veroorzaken. Bovendien kan er geen sprake zijn van een morfodysfore stoornis als de ongerustheid wordt veroorzaakt door een duidelijk constateerbare of ontsierende lichamelijke afwijking.
De intrusieve gedachten over het uiterlijk bij de morfodysfore stoornis, en het herhaaldelijk controleren in de spiegel, het overmatig verzorgen en het zoeken naar geruststelling die vaak samengaan met deze gedachten, doen denken aan andere obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen, zoals de excoriatiestoornis of trichotillomanie. Wanneer het huidpulken of haar uittrekken bedoeld is als verzorgend gedrag om een vermeende imperfectie te corrigeren, is de classificatie morfodysfore stoornis echter geschikter. Deze stoornis kan gedifferentieerd worden van OCS door het doorgaans geringe realiteitsbesef en de nauwere fixatie op het uiterlijk. Bij iemand met een eetstoornis is de bezorgdheid over te dik zijn meestal onderdeel van die eetstoornis, hoewel een eetstoornis ook comorbide met een morfodysfore stoornis kan voorkomen.
Het geringe of ontbrekende realiteitsbesef bij sommige patiënten met een morfodysfore stoornis kan het niveau van een waan bereiken. De morfodysfore stoornis is echter te differentiëren van een primaire psychotische ziekte door de focus op het uiterlijk en de afwezigheid van gedesorganiseerd denken of hallucinaties.
Zie de DSM-5 voor andere stoornissen die in de differentiële diagnostiek moeten worden overwogen. Zie ook de informatie over comorbiditeit en differentiële diagnostiek onder de betreffende stoornissen in de DSM-5.