World Health Organization Disability Assessment Schedule 2.0
De zelfbeoordelingsversie voor volwassenen van de World Health Organization Disability Assessment Schedule 2.0 (WHODAS 2.0) is een uit 36 items bestaand instrument dat beperkingen meet bij volwassenen vanaf 18 jaar. Het is een omzetting vanuit de oorspronkelijke interviewversie. Het instrument is wereldwijd in een groot aantal verschillende culturen gevalideerd en heeft bewezen sensitiviteit voor verandering. Het meet beperkingen op zes domeinen van het functioneren, namelijk begrijpen en communiceren, bewegen en zich verplaatsen, zelfverzorging, omgaan met mensen, activiteiten (huishoudelijk en op het werk/op school) en deelname aan de samenleving. Bij elk item van de WHODAS 2.0 wordt de betrokkene gevraagd aan te geven hoeveel moeite hij of zij in de afgelopen dertig dagen heeft gehad met specifieke gebieden van het functioneren.
Als de volwassene om wie het gaat een beperking heeft waardoor hij of zij het formulier niet zelf kan invullen (een persoon met een uitgebreide neurocognitieve stoornis bijvoorbeeld), mag iemand die de betrokkene goed kent de naastenversie invullen.
Deze en andere varianten van de Nederlandstalige WHODAS 2.0 en handleiding zijn aan te vragen bij het WHO Collaborating Centre for the Family of International Classifications in the Netherlands (WHO-FIC NL).
Download de Nederlandse versie van de handleiding
Meer lezen over de WHODAS 2.0? Kijk dan op de website van de WHO. Hier download je ook de Engelstalige versie.
Instructies van de WHO voor het scoren van de WHODAS 2.0
Totaalscores WHODAS 2.0 Er zijn twee opties voor het berekenen van de totaalscores op de volledige, uit 36 items bestaande versie van de WHODAS 2.0.
Eenvoudig De scores die aan elk van de items toegekend zijn — ‘geen/niet’ (1), ‘enigszins’ (2), ‘nogal’ (3), ‘veel’ (4), ‘heel veel/kan niet’ (5) — worden bij elkaar opgeteld tot een maximale ruwe score van 180. Deze methode wordt de eenvoudige scoringsmethode genoemd, omdat de scores op alle items simpelweg bij elkaar worden opgeteld zonder de responscategorieën te hercoderen of samen te voegen; er is geen weging van individuele items. Dit is een praktische, handmatige scoringsmethode, die in een drukke klinische setting of in een gesprekssituatie waarin pen en papier worden gebruikt het handigst kan zijn. De som van de scores op de items op alle domeinen van het functioneren vormt een getal dat volstaat als beschrijving van de mate waarin sprake is van beperkingen in het functioneren.
Complex De meer complexe scoringsmethode is gebaseerd op de itemresponstheorie (IRT). In deze methode wordt rekening gehouden met verschillende moeilijkheidsgraden en niveaus van differentiatie van de afzonderlijke items van de WHODAS 2.0. De antwoorden worden voor elk item afzonderlijk gewogen en gehercodeerd, en vervolgens opgeteld tot een op de IRT gebaseerde totaalscore. Een SPSS-scoringssyntax voor deze manier van scoren is op te vragen bij het WHO-FIC NL, en is tevens te vinden in de Nederlandstalige handleiding die daar ook opvraagbaar is.
NB In de syntax in de Engelstalige handleiding die via de website van de WHO te downloaden is, staan fouten die in de Nederlandstalige handleiding en syntax gecorrigeerd zijn.
Het scoren verloopt in drie stappen:
Stap 1 Het hercoderen van de itemscores (scoreopties van 1–5 omzetten naar scores van 0–4).
Stap 2 Het optellen van de gehercodeerde itemscores per domein van het functioneren, en de som per domein omzetten naar een bereik van 0 tot 100 (waarbij 0 = geen beperking, 100 = volledige beperking) (gestandaardiseerde domeinscores).
Stap 3 Het optellen van de gehercodeerde itemscores naar een totaalscore, en omzetten naar een bereik van 0 tot 100 (waarbij 0 = geen beperking, 100 = volledige beperking) (gestandaardiseerde totaalscore). Er kunnen twee soorten totaalscores berekend worden: één inclusief werk-/schoolitems (over 36 items) en één exclusief werk-/schoolitems (over 32 items).
WHODAS 2.0 domeinscores De WHODAS 2.0 levert (gestandaardiseerde) scores op voor zes verschillende domeinen van het functioneren: cognitief functioneren (begrijpen en communiceren), mobiliteit (bewegen en zich verplaatsen), zelfverzorging, omgaan met mensen, activiteiten (huishoudelijk en op het werk/op school) en deelname aan de samenleving.
WHODAS 2.0 populatienormen Voor de populatienormen over de op de IRT gebaseerde methode van scoren van de WHODAS 2.0 en de populatieverdeling van de op de IRT gebaseerde scores voor de WHODAS 2.0 verwijzen we naar de handleiding (op te vragen bij het WHO-FIC NL).
Extra adviezen voor gebruikers van de DSM-5-TR over scoring en interpretatie Wanneer de clinicus op grond van informatie uit het onderzoek en andere beschikbare informatie van mening is dat de score op een specifiek item moet afwijken van de score die de betrokkene geeft, is het toegestaan om in een notitie in de kantlijn een gecorrigeerde score in te vullen. De oorspronkelijk ingevulde score dient zichtbaar te blijven. Op basis van bevindingen uit de DSM-5-field trials, verricht bij steekproeven van volwassen patiënten op zes locaties in de Verenigde Staten en één locatie in Canada, beveelt de DSM-5-TR aan om voor elk domein van het functioneren en voor de algemene mate van beperking de gemiddelde scores te berekenen en te gebruiken. Hierbij vindt, in tegenstelling tot bij de eerder genoemde complexe scoring, geen hercodering van de itemscores plaats. De gemiddelde scores zijn vergelijkbaar met de 5-puntsschaal van de WHODAS, waarmee men de beperking van de betrokkene kan waarderen als: 1 = geen moeite met het functioneren/geen beperking (‘geen/niet’); 2 = enigszins moeite/lichte beperking (‘enigszins’); 3 = nogal moeite/matige beperking (‘nogal’); 4 = veel moeite/ernstige beperking (‘veel’); en 5 = heel veel moeite/extreme beperking (‘heel veel/kan niet’). Uit de field trials voor de DSM-5 is gebleken dat de gemiddelde domeinscores en de score voor de algemene beperking betrouwbaar, gemakkelijk te gebruiken, en klinisch valide zijn. De gemiddelde domeinscore wordt berekend door de ruwe domeinscore te delen door het aantal items binnen dat domein (bijvoorbeeld: als alle items binnen het domein ‘begrijpen en communiceren’ een score ‘matig’ krijgen, dan is de gemiddelde score 18/6 = 3, wat een matige beperking aangeeft). De gemiddelde algemene-beperkingscore wordt berekend door de ruwe totaalscore te delen door het aantal items van het instrument (36). De patiënt moet worden aangemoedigd om alle items van de WHODAS 2.0 in te vullen. Als 10 of meer van de 36 items van de gehele vragenlijst niet zijn ingevuld, is het niet erg informatief om de eenvoudige totaalscore en de gemiddelde totaalscore te berekenen. Als er op een domein ten minste 75% van het aantal items in dat domein is ingevuld, kan de eenvoudige of gemiddelde domeinscore voor dat specifieke gebied van het functioneren wel worden gebruikt.
Gebruiksfrequentie Om eventuele veranderingen in de ernst van de beperkingen van een patiënt in de loop van de tijd te kunnen monitoren, kan de lijst op grond van wat klinisch is geïndiceerd met regelmatige tussenpozen opnieuw worden ingevuld, afhankelijk van de stabiliteit van de symptomen van de betrokkene en het verloop van de behandeling. Consistent hoge scores op een specifiek domein van het functioneren kunnen aangeven dat er sprake is van probleemgebieden die verder zouden moeten worden onderzocht en behandeld.
WHODAS 2.0 - 36-item zelfinvulversie