Transdiagnostische-klachtenlijst niveau 1
De DSM-5 transdiagnostische-klachtenlijst niveau 1 is een vragenlijst die door de betrokkene zelf of door een informant wordt ingevuld en waarin wordt gevraagd naar domeinen die bij verschillende psychiatrische stoornissen van belang zijn. De lijst is bedoeld om clinici te helpen vaststellen welke extra domeinen wellicht nader moeten worden beoordeeld omdat ze mogelijk een significante invloed hebben op de behandeling en prognose van de betrokkene. Verder kan deze vragenlijst worden gebruikt om veranderingen in het symptoombeeld van de betrokkene in de loop van de tijd te monitoren.
De versie voor volwassenen van deze vragenlijst bestaat uit 23 vragen waarmee 13 psychiatrische domeinen worden beoordeeld, namelijk depressiviteit, boosheid, manie, angst, lichamelijke klachten, suïcidale gedachten, psychose, slaapproblemen, geheugen, repetitieve gedachten en handelingen, dissociatie, het persoonlijkheidsfunctioneren, en middelengebruik (tabel 1). Voor elk domein zijn er één tot drie vragen. In elk item wordt gevraagd hoe veel (of hoe vaak) de betrokkene de afgelopen twee weken last heeft gehad van de specifieke klacht. Als de betrokkene verstandelijk niet in staat is om de vragenlijst zelf in te vullen (iemand met een uitgebreide neurocognitieve stoornis bijvoorbeeld) kan een volwassen informant die de betrokkene goed kent dit doen. In de field trials voor de DSM-5, verricht bij klinische steekproeven op verschillende locaties in de Verenigde Staten en in Canada, werd gevonden dat deze vragenlijst klinisch valide is en over een goede betrouwbaarheid beschikt. In die field trials waarin de klachtenscores van de betrokkene zelf werden gedeeld met de clinicus vóór het consult, meldden deelnemers dat de uitkomsten van de vragenlijst hen hielpen bij de communicatie tijdens het klinische consult. Evenzo vonden clinici in zowel grote academische onderzoeksinstellingen als in de reguliere klinische praktijk de meetinstrumenten klinisch bruikbaar en geschikt voor integratie in zowel de standaard klinische zorg als gespecialiseerde klinische settings. Behalve in de field trials voor de DSM-5 zijn de psychometrische eigenschappen van de zelfrapportageversie voor volwassenen van de transdiagnostische-klachtenlijst in verschillende onderzoeken in een verscheidenheid van populaties geëvalueerd. Zo toonden de bevindingen van een groot Amerikaans onderzoek onder universiteitsstudenten die zich niet voor behandeling hadden aangemeld, een aanvaardbare interne consistentie en interne validiteit aan.
De versie van de vragenlijst die door een ouder of verzorger wordt ingevuld (voor kinderen van 6–17 jaar) bestaat uit 25 vragen waarmee 12 psychiatrische domeinen worden onderzocht, namelijk lichamelijke klachten, slaapproblemen, onoplettendheid, depressiviteit, boosheid, prikkelbaarheid, manie, angst, psychose, repetitieve gedachten en handelingen, middelengebruik, en suïcidale gedachten en suïcidepogingen (tabel 2). In elk item wordt de ouder of verzorger gevraagd aan te geven hoe veel (of hoe vaak) zijn of haar kind de afgelopen twee weken last heeft gehad van de specifieke klacht. Ook van deze lijst werd in de field trials voor de DSM-5 — uitgevoerd bij klinische steekproeven met kinderen op verschillende locaties in de Verenigde Staten — gevonden dat hij klinisch valide is en over een goede betrouwbaarheid beschikt. Voor kinderen in de leeftijd van 11–17 jaar kan, behalve dat de ouders of de verzorger de klachten van het kind scoren, ook worden overwogen om het kind zelf de kinderversie van deze lijst te laten invullen.
Download de Transdiagnostische-klachtenlijst niveau 1 voor volwassenen
Download de Transdiagnostische-klachtenlijst niveau 1 voor kinderen (6-17 jaar)
TABEL 1
DSM-5 transdiagnostische-klachtenlijst niveau 1 voor volwassenen, zelfbeoordelingsversie: 13 domeinen, drempels voor doorvragen en bijbehorende DSM-5 niveau 2-vragenlijsten
TABEL 2
DSM-5 transdiagnostische-klachtenlijst niveau 1 voor kinderen, leeftijd 6−17 jaar, door ouder/verzorger beoordeeld: 12 domeinen, drempels voor doorvragen en bijbehorende niveau 2-vragenlijsten
Scoring en interpretatie
Voor de zelfrapportageversie voor volwassenen van de vragenlijst geldt dat elk item wordt gescoord op een 5-puntsschaal: 0 = geen (helemaal niet); 1 = gering (een beetje, minder dan een dag of twee); 2 = licht (redelijk, meerdere dagen); 3 = matig (behoorlijk, meer dan de helft van de dagen); en 4 = ernstig (heel erg, bijna elke dag). Binnen een bepaald domein met meerdere items moeten de scores op alle items worden bekeken door de clinicus, met name als een niveau 2-klachtenlijst niet geïndiceerd is, om te kunnen zien welk specifiek symptoom binnen een domein het meest problematisch is (bijvoorbeeld auditieve hallucinaties of gedachte-uitzending in het psychotische domein) om het doorvragen richting te geven. Een score van 2 (licht) of hoger is echter een sterke aanwijzing dat doorvragen en vervolgonderzoek wenselijk is, om te kunnen bepalen of een gedetailleerdere beoordeling noodzakelijk is, bijvoorbeeld in de vorm van afname van een niveau 2-klachtenlijst (zie tabel 1). Voor middelengebruik, suïcidale gedachten en psychose kan een score van 1 (gering) al aangeven dat doorvragen en vervolgonderzoek wenselijk is, om te kunnen bepalen of een gedetailleerdere beoordeling nodig is. De clinicus moet de hoogste score binnen een domein noteren in de kolom ‘Hoogste domeinscore’. In tabel 1 worden voor de overige domeinen de drempelscores weergegeven op basis waarvan doorvragen als wenselijk wordt beschouwd.
Op de ouder/verzorgerversie van dit instrument (voor kinderen van 6–17 jaar) worden 19 van de 25 items gescoord op een 5-puntsschaal: 0 = geen (helemaal niet); 1 = gering (een beetje, minder dan een dag of twee); 2 = licht (redelijk, meerdere dagen); 3 = matig (behoorlijk, meer dan de helft van de dagen); en 4 = ernstig (heel erg, bijna elke dag). De items over middelengebruik en suïcidale gedachten en suïcidepogingen worden gescoord op een schaal met de antwoorden ‘Ja’, ‘Nee’ of ‘Weet niet’. De score op elk item binnen een domein moet sowieso worden beoordeeld door de clinicus om te zien welke specifieke klacht binnen een domein het meest problematisch is (bijvoorbeeld visuele of auditieve hallucinaties binnen het psychotische domein) om het doorvragen richting te geven. Met uitzondering van onoplettendheid en psychose kan echter een score van 2 (licht) of hoger op elk item binnen een domein dat op een 5-puntsschaal wordt gescoord aangeven dat doorvragen wenselijk is, om te bepalen of een gedetailleerdere beoordeling noodzakelijk is, bijvoorbeeld met behulp van de niveau 2-klachtenlijst voor het betreffende domein (zie tabel 2). Voor onoplettendheid en psychose geldt dat een score van 1 (gering) of hoger als een aanwijzing kan worden beschouwd dat doorvragen wenselijk is. Wanneer de ouder of verzorger ‘Weet niet’ invult bij de vragen over middelengebruik en suïcidale gedachten en suïcidepogingen kan dit, vooral bij kinderen van 11–17 jaar, ertoe leiden dat het kind zelf hierover nog extra vragen worden gesteld, en dat de kinderversie van de niveau 2-klachtenlijst voor het betreffende domein wordt afgenomen. Aangezien doorvragen gebeurt aan de hand van de hoogste score binnen een domein op een bepaald item, moet de clinicus die score invullen in de kolom ‘Hoogste domeinscore’.
In tabel 2 worden voor de overige domeinen de drempelscores weergegeven op basis waarvan doorvragen als wenselijk wordt beschouwd. De instructies en richtlijnen voor de clinicus bij de versie voor kinderen zijn vergelijkbaar met die bij de versie voor ouders/verzorgers, met uitzondering van de antwoordcategorie ‘Weet niet’, die niet voorkomt in de versie voor kinderen.
Niveau 2-klachtenlijsten
Drempelscores op de niveau 1-klachtenlijst (zoals vermeld in de tabellen 1 en 2 en zoals hiervoor beschreven onder het kopje ‘Scoring en interpretatie’) geven aan dat mogelijk een gedetailleerdere beoordeling aangewezen is. De niveau 2-klachtenlijsten vormen een van de methoden om verdergaande informatie te verkrijgen over mogelijk significante symptomen, als basis voor de diagnose, het behandelplan en vervolgonderzoek. Deze vragenlijsten zijn online beschikbaar via www.dsm-5.nl. De tabellen 1 en 2 geven een overzicht van alle domeinen, en hierin is te vinden voor welke domeinen DSM-5 niveau 2-klachtenlijsten beschikbaar zijn voor een gedetailleerdere beoordeling.
Frequentie van het gebruik van de klachtenlijsten
Om de verandering in het symptoombeeld van de betrokkene in de loop van de tijd te kunnen monitoren, kunnen de niveau 1-klachtenlijst en de relevante niveau 2-klachtenlijsten op indicatie met regelmatige tussenpozen worden ingevuld, afhankelijk van de stabiliteit van de symptomen van de betrokkene en het verloop van de behandeling. Voor betrokkenen die hier verstandelijk niet toe in staat zijn, alsmede voor kinderen van 6–17 jaar, verdient het de voorkeur om de lijsten tijdens vervolgafspraken te laten invullen door dezelfde informant die de betrokkene goed kent, en door dezelfde ouder of verzorger. Consistent hoge scores voor een bepaald domein kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van significante en problematische symptomen bij de betrokkene, die nader onderzoek, behandeling en follow-up rechtvaardigen. In de beslissing die hierover wordt genomen speelt het oordeel van de clinicus een belangrijke rol.