Dimensionale beoordeling van de ernst van psychosesymptomen

Zoals wordt beschreven in het hoofdstuk ‘Schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen’ vormen de psychotische stoornissen een heterogene groep en kan de ernst van de symptomen een aantal belangrijke aspecten voorspellen van de ziekte als geheel, bijvoorbeeld over de mate waarin sprake is van cognitieve en/ of neurobiologische deficiënties. Met dimensionale beoordelingsinstrumenten kunnen betekenisvolle variaties in de ernst van symptomen worden gemeten, die kunnen helpen bij het opstellen van het behandelplan, beslissingen over de prognose en onderzoek naar de pathofysiologische mechanismen. De schaal ‘Dimensionale beoordeling van de ernst van psychosesymptomen’ bevat subschalen voor een dimensionale beoordeling van de primaire psychosesymptomen, te weten hallucinaties, wanen, gedesorganiseerd spreken, abnormale psychomotoriek en negatieve symptomen. Ook is een subschaal opgenomen voor een dimensionale beoordeling van cognitieve beperkingen. Veel mensen met psychotische stoornissen hebben verschillende typen cognitieve beperkingen die voorspellen hoe goed zij kunnen functioneren en hoe de prognose is. Verder zijn subschalen opgenomen voor een dimensionale beoordeling van depressiviteit en manie, die clinici kunnen attenderen op eventuele comorbide stemmingspathologie. De ernst van de stemmingssymptomen bij een psychose heeft een prognostische waarde en kan mede de behandeling
bepalen.

De schaal ‘Dimensionale beoordeling van de ernst van psychosesymptomen’ is een uit acht items bestaand meetinstrument dat tijdens het diagnostische onderzoek door de clinicus kan worden ingevuld. In elk item wordt de clinicus gevraagd een score toe te kennen aan de ernst van elk symptoom, zoals op het hoogtepunt ervaren door de patiënt in de afgelopen zeven dagen.

Download de Dimensionale beoordeling van de ernst van psychosesymptomen

Scoring en interpretatie

Elk item op deze schaal krijgt een score op een 5-puntsschaal (0 = niet aanwezig; 1 = twijfelachtig; 2 = aanwezig, maar in lichte mate; 3 = aanwezig en matig; 4 = aanwezig en ernstig), waarbij voor elk scoreniveau een symptoomspecifieke definitie wordt gegeven. De clinicus bekijkt alle beschikbare informatie van en over de betrokkene, en kiest op grond daarvan het niveau dat de ernst van het symptoomdomein het nauwkeurigst beschrijft. Daarna noteert de clinicus de score voor elk item in de kolom ‘Score’.

Frequentie van het gebruik

Om veranderingen in de ernst van de symptomen van de betrokkene in de loop van de tijd te kunnen monitoren, kan deze lijst op grond van wat klinisch is geïndiceerd met regelmatige tussenpozen opnieuw worden ingevuld, afhankelijk van de stabiliteit van de symptomen van de betrokkene en het verloop van de behandeling. Consistent hoge scores op een specifiek domein kunnen een indicatie zijn voor de aanwezigheid van significante en problematische gebieden van functioneren van de betrokkene, waarvoor geldt dat verder onderzoek, behandeling en follow-up mogelijk wenselijk zijn. De beslissing hierover moet mede worden gebaseerd op het eigen oordeel van de clinicus.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.