Beoordelingslijst voor persoonlijkheidstrekken
Abraham M. Nussbaum
Zoals in hoofdstuk 5 en 6 is besproken, is het soms klinisch nuttig om een gedetailleerd beeld van iemands persoonlijkheidstrekken te krijgen. In het dimensionale DSM-5-model voor persoonlijkheidsstoornissen kan dit worden bewerkstelligd door de domeinen en facetten van iemands habituele persoonlijkheid te beoordelen, dus zoals iemand het leeuwendeel van zijn volwassen leven is. Voor ieder domein en facet geeft u op deze vierpuntsschaal aan hoe goed de beschrijving van toepassing is op de persoon die voor u zit.
0 Geeft nauwelijks of geen goede beschrijving
1 Geeft enigszins een beschrijving
2 Geeft een redelijk goede beschrijving
3 Geeft een zeer goede beschrijving
Domein Negatieve affectiviteit
NB Ingeperkte affectiviteit staat bij het domein Afstandelijkheid uitgelegd. Het ontbreken van dit trekfacet (een neiging om sterk te reageren op situaties die emoties opwekken) moet echter ook worden beoordeeld voor het gehele domein Negatieve affectiviteit.
| Beoordeling | Negatieve affectiviteit | Ervaart vaak hevige negatieve emoties |
| | Emotionele labiliteit | Instabiliteit van emotionele ervaringen en de stemming; emoties die snel worden opgewekt, intens zijn en/of buiten proportie gezien de gebeurtenissen en omstandigheden. |
| | Ongerustheid | Gevoelens van nervositeit, spanning of paniek in reactie op verschillende situaties; frequent optredende bezorgdheid over de negatieve effecten van onplezierige ervaringen uit het verleden en mogelijke negatieve gebeurtenissen in de toekomst; zich angstig voelen en opzien tegen onzekerheid; het ergste verwachten. |
| | Separatieangst | De angst om alleen te zijn door afwijzing door en/of scheiding van belangrijke anderen, gebaseerd op een gebrek aan vertrouwen in het vermogen om zowel lichamelijk als emotioneel voor zichzelf te zorgen. |
| | Submissiviteit | Aanpassing van het eigen gedrag aan de werkelijke of vermeende belangen en wensen van anderen, zelfs wanneer dit tegengesteld is aan de eigen belangen, behoeften of wensen. |
| | Vijandigheid | Persisterend of frequent optredende gevoelens van boosheid; ontstemdheid of prikkelbaarheid als reactie op kleine blijken van geringschatting en beledigingen; gemeen, hatelijk of wraakzuchtig gedrag. Zie ook Antagonisme. |
| | Perseveratie | Koppig doorgaan met het op een ongewone manier uitvoeren van taken, of dingen doen lang nadat het gedrag niet meer functioneel of effectief is; continuering van hetzelfde gedrag ondanks herhaaldelijk falen of evidente redenen om te stoppen. |
| | Depressiviteit | Toestand waarin iemand zich intens verdrietig, ellendig, en/of hopeloos voelt; moeite met herstellen van dit soort stemmingen; pessimisme over de toekomst; pervasieve schaamte- en/of schuldgevoelens; minderwaardigheidsgevoelens; suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag. |
| | Achterdocht | Verwachting van en gevoeligheid voor tekenen die duiden op slechte bedoelingen of kwaadwillendheid van anderen; twijfels over loyaliteit en betrouwbaarheid van anderen; gevoel onrechtvaardig behandeld, gebruikt en /of vervolgd te worden door anderen. |
| | Ingeperkte affectiviteit | Zie Afstandelijkheid. |
Domein Afstandelijkheid
NB Omdat Depressiviteit en Achterdocht al eerder (bij Negatieve affectiviteit) zijn beoordeeld, zijn deze hier niet opnieuw genoemd. Voor het gehele domein Afstandelijkheid is een beoordeling van deze facetten echter wel noodzakelijk.
| Beoordeling | Afstandelijkheid | Teruggetrokken ten opzichte van anderen en sociale interacties |
| | Sociale teruggetrokkenheid | Liever alleen zijn dan met anderen; gereserveerdheid in sociale situaties; vermijding van sociale contacten en activiteiten; gebrek aan initiatief tot sociaal contact. |
| | Vermijding van intimiteit | Vermijding van hechte of romantische relaties, interpersoonlijke banden en intieme seksuele relaties. |
| | Anhedonie | Niet genieten of opzoeken van, of geen energie hebben voor de ervaringen van het leven; deficiënties in het vermogen om plezier te hebben en om belangstelling voor dingen te hebben. |
| | Depressiviteit | Zie Negatieve affectiviteit. |
| | Ingeperkte affectiviteit | Weinig reactie op situaties die emotie opwekken; ingeperkte emotionele ervaringen en expressie; onverschilligheid en afstandelijkheid in situaties waarin betrokkenheid wordt verwacht. |
| | Achterdocht | Zie Negatieve affectiviteit. |
Domein Antagonisme
NB Omdat Vijandigheid al eerder bij Negatieve affectiviteit is beschreven, is het niet opnieuw bij Antagonisme opgenomen. Voor het gehele domein Antagonisme is een beoordeling hiervan echter wel noodzakelijk.
| Beoordeling | Antagonisme | Gedragingen waardoor iemand onenigheid met anderen krijgt |
| | Manipulatief gedrag | Gebruikmaken van uitvluchten om anderen te beïnvloeden of te beheersen; gebruikmaken van verleiding, charme, welbespraaktheid of gevlij om doelen te bereiken. |
| | Leugenachtigheid | Oneerlijkheid en bedrog; een verkeerd beeld van zichzelf schetsen; bij vertellen over gebeurtenissen het verhaal mooier maken of er dingen bij verzinnen. |
| | Grandiositeit | Het geloof dat men superieur is aan anderen en een speciale behandeling verdient; egocentrisme; het gevoel ergens recht op te hebben; hooghartigheid jegens anderen. |
| | Aandacht zoeken | Gedrag vertonen met als doel te worden opgemerkt en zichzelf in het centrum van de aandacht en bewondering van anderen te plaatsen. |
| | Ongevoeligheid | Gebrek aan betrokkenheid bij de gevoelens of problemen van anderen; geen schuldbesef of berouw over de negatieve of schadelijke effecten van het eigen gedrag op anderen. |
| | Vijandigheid | Zie Negatieve affectiviteit. |
Domein Ongeremdheid/dwangmatigheid
NB Dwangmatigheid is het tegenovergestelde van ongeremdheid en dient, indien aanwezig, en als andere facetten van Ongeremdheid ontbreken, op facetniveau als Rigide perfectionisme te worden genoteerd. Rigide perfectionisme is een uiting van Dwangmatigheid en bevindt zich om die reden in het domein Ongeremdheid. Indien aanwezig, dient Dwangmatigheid op facetniveau te worden genoteerd als een hogere score op Rigide perfectionisme, naast lagere scores op de andere facetten van Ongeremdheid.
| Beoordeling | Ongeremdheid/ dwangmatigheid | Impulsieve gedragingen zonder stil te staan bij de mogelijke gevolgen voor de toekomst |
| | Onverantwoordelijk gedrag | Onverschillige houding tegenover financiële en andere verplichtingen — en deze ook niet erkennen; gebrek aan respect voor afspraken en beloftes — en zich er niet aan houden; onverschillige houding tegenover eigendommen van anderen. |
| | Impulsiviteit | In een opwelling handelen als reactie op een onmiddellijke stimulus; plotseling en snel handelen zonder plan of zonder rekening te houden met de gevolgen; moeite met het maken en uitvoeren van plannen; een gevoel van urgentie en zelfbeschadigend gedrag onder emotionele druk. |
| | Afleidbaarheid | Er moeite mee hebben om zich te concentreren en de aandacht bij taken te houden; de aandacht wordt gemakkelijk afgeleid door externe stimuli; moeite met het volhouden van doelgericht gedrag, zoals het plannen en afmaken van taken. |
| | Riskant gedrag | Deelname aan gevaarlijke, riskante activiteiten die de betrokkene kunnen schaden en die onnodig zijn, zonder rekening te houden met de gevolgen; geen oog hebben voor de eigen beperkingen en het ontkennen van reële gevaren voor personen; roekeloos najagen van doelen, ongeacht het risico. |
| | Rigide perfectionisme (ontbreken van) | Star eraan vasthouden dat alles onberispelijk, perfect, feilloos en foutloos moet zijn, met inbegrip van het eigen en andermans functioneren; het opgeven van de tijdsplanning om ervoor te zorgen dat elk detail klopt; de overtuiging hebben dat er maar één juiste manier van handelen is; moeite om van idee of zienswijze te veranderen; preoccupatie met details, organisatie en orde. Het ontbreken van dit facet karakteriseert een hoog niveau van ongeremdheid. |
Domein Psychoticisme
| Beoordeling | Psychoticisme | Ongewone en bizarre ervaringen |
| | Ongewone overtuigingen en ervaringen | De overtuiging dat men over bijzondere talenten beschikt, zoals gedachtelezen, telekinese, of thought-action fusion; ongewone ervaringen van de realiteit, waaronder hallucinatoire ervaringen. |
| | Excentriciteit | Vreemd(e), ongebruikelijk(e) of bizar(re) gedrag, uiterlijk en/of spraak; vreemde en onvoorspelbare gedachten hebben; ongebruikelijke of ongepaste dingen zeggen. |
| | Cognitieve en perceptuele disregulatie | Vreemde of ongebruikelijke denkprocessen en ervaringen, zoals depersonalisatie, derealisatie en dissociatie; ervaringen met gemengde slaap-waaktoestanden; en de ervaring dat het denken wordt gecontroleerd. |