| | Zelf | Interpersoonlijk |
| Niveau van beperkingen | Identiteit | Zelfsturing | Empathie | Intimiteit |
Niveau 0 Geen of minimale beperkingen | ► Heeft een voortdurend besef van een uniek zelf; bewaakt de bij de eigen rol passende grenzen. ► Heeft een consistent en zelfgereguleerd positief gevoel vaneigenwaarde, met gepast zelfbeeld. ► Heeft het vermogen om een breed scala aan emoties te beleven, te verdragen en te reguleren. | ► Stelt redelijke doelen en streeft die na, gebaseerd op een realistische inschatting van persoonlijke capaciteiten. ► Maakt gebruik van gepaste normen voor gedrag, leidend tot vervulling op meerdere levensterreinen. ► Kan reflecteren op innerlijke ervaringen, en daar op constructieve wijze betekenis aan verlenen. | ► Is in de meeste situaties in staat om andermans ervaringen en motieven op accurate wijze te begrijpen. ► Begrijpt en waardeert andermans gezichtspunten, zelfs indien er niet mee eens. ► Is zich bewust van het effect van het eigen gedrag op anderen. | ► Onderhoudt meerdere bevredigende langdurige relaties in het persoonlijke en maatschappelijke leven. ► Verlangt naar en realiseert daadwerkelijk meerdere zorgzame, hechte en wederkerige relaties. ► Streeft naar samenwerking en wederzijds voordeel, en reageert flexibel op een scala aan ideeën, emoties en gedrag van anderen. |
Niveau 1 Enige beperkingen | ► Heeft een relatief intact zelfgevoel, met enige afname in duidelijkheid van de begrenzing bij het ervaren van sterke emoties of psychische spanning. ► Het gevoel van eigenwaarde is bij tijden verminderd, met een overmatig kritisch of enigszins verstoord zelfbeeld. ► Sterke emoties worden als verontrustend ervaren, en gaan gepaard met een beperking van het scala aan emotionele ervaringen. | ► Is buitensporig doelgericht, enigszins daarin geremd, of worstelt met tegenstrijdige doelstellingen. ► Hanteert soms on-realistische of sociaal onwenselijke persoonlijke maatstaven, waardoor een gevoel van vervulling deels beperkt blijft. ► Is in staat om op innerlijke ervaringen te reflecteren, maar overwaardeert een eenzijdige (bijvoorbeeld intellectuele of gevoelsmatige) vorm van zelfkennis. | ► Is enigszins beperkt in het vermogen om andermans ervaringen te waarderen en te begrijpen; neigt ertoe anderen onredelijke verwachtingen toe te dichten, of hen te beleven als controlerend. ► Ofschoon in staat om andere gezichtspunten in overweging te nemen en te begrijpen, is er weerstand om dat te doen. ► Heeft inconsistenties in het besef van het effect van het eigen gedrag op anderen. | ► Is in staat om langdurige relaties aan te gaan in het persoonlijke en maatschappelijk leven, met enkele beperkingen in de mate van diepgang en bevrediging. ► Heeft het vermogen tot en behoefte aan het vormen van intieme wederkerige relaties, maar is geremd in de daadwerkelijk betekenisvolle vormgeving ervan, en bij vlagen beperkt bij oplopende intense emoties of conflicten. ► Samenwerking kan beperkt worden door onrealistische verwachtingen; heeft enigszins verminderd vermogen tot respect voor of reactie op andermans ideeën, gevoelens of gedrag. |
Niveau 2 Matige beperkingen | ► Is excessief afhankelijk van anderen voor de invulling van de eigen identiteit, met een beperkte begrenzing tegenover anderen. ► Heeft een kwetsbaar gevoel van eigenwaarde, bepaald door een overmatige zorg over beoordeling van buitenaf, met behoefte aan goedkeuring. Heeft gevoelens van onvolledigheid of minderwaardigheid, met een compenserend opgeblazen of juist minderwaardig zelfbeeld. ► Emotieregulatie is afhankelijk van externe positieve waardering. Bedreiging van het gevoel van eigenwaarde roept sterke emoties op, zoals woede of schaamte. | ► Doelen zijn vaker manieren om externe goedkeuring te verkrijgen dan dat ze uit het zelf voortkomen, waardoor coherentie en/of stabiliteit ontbreken. ► Persoonlijke maatstaven kunnen onredelijk hoog zijn (bijvoorbeeld het gevoel bijzonder te moeten zijn, of anderen tevreden te moeten stellen) of juist laag (bijvoorbeeld niet in overeenstemming met gangbare sociale normen). De verwezenlijking hiervan wordt beperkt door een gevoel van gebrek aan authenticiteit. ► Heeft beperkte capaciteit om te reflecteren op eigen innerlijke ervaringen. | ► Is overmatig gericht op de belevingswereld van de ander, maar enkel voor zover dat als relevant wordt gezien voor zichzelf. ► Is buitensporig op zichzelf gericht; aanzienlijk beperkt in het vermogen om andermans ervaringen te waarderen en te begrijpen, en om alternatieve gezichtspunten in overweging te nemen. ► Is zich over het algemeen niet bewust van, of bekommerd over, de mogelijke uitwerking van het eigen gedrag op anderen, of heeft een onrealistische inschatting daarvan. | ► Heeft het vermogen tot, en behoefte aan het vormen van relaties in het persoonlijke maatschappelijke leven, maar de verbondenheid blijft goeddeels oppervlakkig. ► Intieme relaties zijn er voornamelijk op gericht om tegemoet te komen aan de behoefte aan zelfregulering en eigenwaarde, met een onrealistische verwachting om door de ander volledig begrepen te worden. ► Neigt ertoe relaties niet te beoordelen in termen van wederkerigheid, en werkt vooral samen voor persoonlijk gewin. |
Niveau 3 Ernstige beperkingen | ► Heeft een zwak besef van autonomie/zelfcontrole; ervaart een gebrek aan identiteit, of leegheid. De begrenzing is slecht of rigide: overidentificatie met anderen, overmatig benadrukken van de onafhankelijkheid ten opzichte van anderen, of wisselingen hiertussen. ► Heeft een kwetsbaar gevoel van eigenwaarde, dat gemakkelijk beïnvloed wordt door omstandigheden, en een zelfbeeld dat coherentie mist. Het zelfbeeld is ongenuanceerd: vol afkeer van zichzelf of vol van eigendunk, of een onlogische, irreële combinatie van beide. ► Emoties wisselen snel of er is een chronisch, onveranderlijk gevoelen van wanhoop. | ► Heeft problemen met het stellen en/of verwezenlijken van persoonlijke doelen. ► Persoonlijke maatstaven voor gedrag zijn vaag of tegenstrijdig. Het leven wordt beleefd als betekenisloos of bedreigend. ► Heeft duidelijke beperkingen in het vermogen om over de eigen psychische processen te reflecteren, en om die te begrijpen. | ► Het vermogen om de gedachten, gevoelens en het gedrag van de ander in overweging te nemen en te begrijpen is significant beperkt; bespeurt zeer specifieke aspecten van andermans belevingen, in het bijzonder de kwetsbaarheden en het verdriet. ► Is over het algemeen niet in staat om uiteenlopende gezichtspunten in overweging te nemen; voelt zich zeer bedreigd bij verschillen in opvatting of door andersoortige gezichtspunten. ► Is verward over of heeft geen besef van de uitwerking van eigen gedrag op anderen; is vaak verbijsterd door andermans ideeën en gedragingen, waarbij aan de ander vaak ten onrechte kwaadaardige intenties worden toegeschreven. | ► Heeft enige behoefte om relaties aan te gaan in het persoonlijke of maatschappelijke leven, maar is significant beperkt in het vermogen tot positieve en duurzame verbondenheid. ► Relaties zijn gebaseerd op de sterke overtuiging om een intieme band met een ander nodig te hebben, en/of op de verwachting te zullen worden verlaten of misbruikt. Gevoelens van intieme betrokkenheid bij anderen wisselen sterk tussen angst/afwijzing en een wanhopig verlangen naar verbondenheid. ► Weinig wederkerigheid: anderen worden bovenal beleefd naar de wijze waarop zij een (negatieve of positieve) invloed uitoefenen op het zelf; pogingen tot samenwerking worden vaak doorkruist door de vermeende geringschatting door anderen. |
Niveau 4 Extreme beperkingen | ► Het ervaren van een uniek zelf en een gevoel van zelfcontrole /autonomie is nagenoeg afwezig, of is georganiseerd rond vermeende bedreigingen van buitenaf. Begrenzing tegenover anderen is onduidelijk of ontbreekt. ► Heeft een zwak of vervormd zelfbeeld, gemakkelijk ondermijnd in contact met anderen; significante vervormingen en verwarring met betrekking tot het zelfbeeld. ► Emoties zijn niet in overeenstemming met de context of met innerlijke ervaringen. Haat en agressie kunnen op de voorgrond staan, maar worden verloochend of toegeschreven aan anderen. | ► Vertoont een gebrekkige differentiatie tussen denken en doen, waardoor het vermogen om doelen te stellen ernstig is beperkt, resulterend in onrealistische of incoherente plannen. ► Persoonlijke maatstaven voor gedrag ontbreken nagenoeg volledig. Daadwerkelijke verwezenlijking van deze maatstaven is vrijwel ondenkbaar. ► Diepgaand onvermogen om constructief te reflecteren op eigen ervaringen. Persoonlijke motieven worden niet onderkend, of toegeschreven aan de buitenwereld. | ► Vertoont een uitgesproken onvermogen om andermans ervaringen en motieven in overweging te nemen en te begrijpen. ► Oog voor het gezichtspunt van de ander ontbreekt nagenoeg volledig (is overmatig gefixeerd op de ander vanuit het oogpunt van de eigen behoeftebevrediging en het vermijden gekwetst te worden). ► Sociale interacties kunnen verwarrend zijn en leiden tot desoriëntatie. | ► Verlangen naar verbondenheid is beperkt door een uitgesproken desinteresse daarin, of door de verwachting gekwetst te zullen worden. De betrokkenheid bij anderen is afstandelijk, gedesorganiseerd of consistent negatief van aard. ► Relaties worden bijna uitsluitend gezien in termen van de mate waarin ze gerief kunnen leveren, of pijn of lijden kunnen aanrichten. ► Het sociale/interpersoonlijke gedrag is niet wederkerig: het is daarentegen gericht op de vervulling van basale behoeften of om te ontsnappen aan pijn. |