Let op: deze informatie is gebaseerd op de DSM-5, maar ze is wel te gebruiken naast de DSM-5-TR.

Conclusie

Abraham M. Nussbaum

Actief luisteren is bij het uitvoeren van een diagnostisch onderzoek geboden. Het maakt niet uit hoe afgeleid of zenuwachtig de patiënt is, probeer hem altijd een paar minuten te geven om spontaan te vertellen. Luister daarbij naar de inhoud en de vorm van zijn verhaal. Wat zegt hij precies? Hoe zegt hij het? Wat zegt hij niet? Komt wat hij zegt overeen met hoe hij overkomt? Vat zijn zorgen samen en verhelder ze, en structureer daarna het onderzoek naar behoefte. Pas de structuur en de taal van het onderzoek aan de behoeften van de patiënt aan. Stel duidelijke, korte vragen. Streef naar nauwkeurigheid als de patiënt vaag reageert. Blijft hij vaag, onderzoek dan waarom. Vraag niet om toestemming om van onderwerp te veranderen, maar gebruik overgangszinnen, zoals: ‘Ik denk dat ik dit nu begrijp, maar hoe zit het met dat?’ Het is nuttig om een voorraad standaardvragen te hebben. Dat is precies waarom ik adviseer om dit gestructureerde onderzoek te gebruiken totdat het een gewoonte is geworden. Vervolgens kunt u deze vragen gebruiken om uw eigen con­ver­sa­tie­stijl te ontwikkelen voor onderzoeken waarin uw patiënten hun verhaal vertellen, u een werkrelatie met hen aangaat, inzicht in hun denkprocessen verwerft en de klinische data verzamelt die u nodig heeft voor een accurate diagnose. Door zo te werk te gaan, vermindert u de vervreemding van de patiënt door hem vertrouwder te maken met het onbekende.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.