De levenslange hypoactief-seksueelverlangenstoornis betekent per definitie dat er altijd al sprake is van een gering of afwezig seksueel verlangen. Het verworven subtype wordt toegekend wanneer het geringe verlangen van de man is ontstaan na een periode van normaal seksueel verlangen. Een van de criteria luidt dat het geringe verlangen ongeveer zes maanden aanwezig moet zijn; de classificatie hypoactief-seksueelverlangenstoornis bij de man geldt dus niet voor kortdurende veranderingen in het seksuele verlangen.
Er is een normale leeftijdsgerelateerde afname in het seksuele verlangen. De prevalentie van gering seksueel verlangen bij mannen neemt toe met de leeftijd, van ongeveer 5,2% op de leeftijd van 27 jaar tot 18,5% op de leeftijd van 50 jaar. Net als vrouwen noemen ook mannen een groot aantal verschillende aanleidingen voor hun seksuele verlangen, en beschrijven ze een breed scala van redenen waarom ze kiezen voor seksuele activiteit. Voor jongere mannen kunnen visuele erotische stimuli mogelijk een krachtig verlangenopwekkend effect hebben, terwijl met de toenemende leeftijd de kracht van seksuele stimuli kan afnemen. Wanneer mannen worden onderzocht op de hypoactief-seksueelverlangenstoornis, moet hiermee rekening worden gehouden.