De prevalentie van de hypoactief-sek­su­eel­ver­lan­gen­stoor­nis bij de man varieert afhankelijk van het land van herkomst en de meetmethode. Schattingen van de prevalentie in representatieve steekproeven variëren van 3 tot 17%. Problemen met het seksuele verlangen komen minder vaak voor bij jongere mannen (16–24 jaar), bij wie de prevalentie schommelt tussen 3 en 14%, vergeleken met oudere mannen (60–74 jaar), bij wie de prevalentie schommelt tussen 16 en 28%. Een aanhoudend gebrek aan interesse in seks dat zes maanden of langer duurt, treft echter een kleiner deel van de mannen (6%). Bovendien rapporteert minder dan 2% van de mannen klinisch significante lijdensdruk in verband met een gering verlangen. Onderzoeken naar hulpzoekend gedrag geven aan dat slechts 10,5% van de mannen met seksuele problemen in het voorgaande jaar hulp heeft gezocht.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.