Het hoofdkenmerk van intoxicatie door een stimulantium in de vorm van een amfetamineachtig middel of cocaïne is de aanwezigheid van klinisch significante gedrags- of psychische veranderingen ontstaan tijdens of kort na het gebruik van de stimulantia (criteria A en B). Auditieve hallucinaties kunnen op de voorgrond staan, evenals paranoïde gedachten, en deze symptomen moeten onderscheiden worden van een onafhankelijke psychotische stoornis als schizofrenie. Intoxicatie door een stimulantium begint meestal met een ‘high’ gevoel en een of meer van de volgende gedrags- en psychische veranderingen: euforie met een verhoogde energie, gezelschapzoekend gedrag, hyperactiviteit, rusteloosheid, hypervigilantie, interpersoonlijke sensitiviteit, spraakzaamheid, angst, spanning, alertheid, grandiositeit, stereotiep en herhaald gedrag, boosheid, verminderd oordeelsvermogen en, bij chronische intoxicatie, vervlakt affect met vermoeidheid of somberheid en sociale terugtrekking. Deze gedrags- en psychische veranderingen gaan samen met twee of meer van de volgende klachten en verschijnselen, ontstaan tijdens of vlak na het gebruik van het stimulantium: versnelde of vertraagde hartslag; pupilverwijding; verhoogde of verlaagde bloeddruk; transpireren of rillingen; misselijkheid of braken; aanwijzingen voor gewichtsafname; psychomotorische agitatie of vertraging; spierzwakte, ademhalingsdepressie, pijn op de borst of hartritmestoornissen; en verwardheid, insulten, dyskinesieën, dystonieën of coma (criterium C). Acute of chronische intoxicatie gaat vaak samen met een verminderd sociaal of beroepsmatig functioneren. Ernstige intoxicatie kan leiden tot convulsies, hartritmestoornissen, hyperpyrexie en overlijden. Om de classificatie intoxicatie door een stimulantium te kunnen toekennen mogen de symptomen niet zijn toe te schrijven aan een somatische aandoening, en ook niet beter te verklaren zijn door een andere psychische stoornis (criterium D). Hoewel intoxicatie wel optreedt bij mensen met een stoornis in het gebruik van een stimulantium, is intoxicatie geen criterium voor een stoornis in het gebruik van een stimulantium, maar wordt deze bevestigd door de aanwezigheid van minstens twee van de elf criteria voor de stoornis in het gebruik van een stimulantium.