De ernst en de aard van de gedrags- en psychische veranderingen zijn afhankelijk van veel variabelen, waaronder de gebruikte dosering en de eigenschappen van de gebruiker en de context (bijvoorbeeld tolerantie, absorptiesnelheid, chroniciteit van het gebruik, context van het gebruik). Stimulerende effecten als euforie, verhoging van hartfrequentie en bloeddruk, en toename van de psychomotorische activiteit zijn het meest voorkomend. Dempende effecten als somberheid, bradycardie, verlaagde bloeddruk en verminderde psychomotorische activiteit komen minder voor en treden in het algemeen alleen op bij chronisch gebruik van hoge doses.