CLASSIFICATIECRITERIA
ARecent gebruik van een amfetamineachtig middel, cocaïne of een ander stimulantium.
BKlinisch significante problematische gedrags- of psychische veranderingen (bijvoorbeeld euforie of vervlakt affect; veranderde sociale houding; hypervigilantie; interpersoonlijke sensitiviteit; angst, spanning of woede; stereotiep gedrag; verminderd oordeelsvermogen), ontstaan tijdens of kort na het gebruik van een stimulantium.
CEen (of meer) van de volgende klachten of verschijnselen, ontstaan tijdens of kort na het stimulantiumgebruik:
1Tachycardie of bradycardie.
2Pupilverwijding.
3Hyper- of hypotensie.
4Transpireren of rillingen.
5Misselijkheid of braken.
6Aanwijzingen voor gewichtsafname.
7Duidelijke psychomotorische agitatie of vertraging.
8Spierzwakte, ademhalingsdepressie, pijn op de borst, of hartritmestoornissen.
9Verwardheid, insulten, dyskinesieën, dystonieën of coma.
DDe klachten of verschijnselen kunnen niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening en kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder intoxicatie door een ander middel.
→Specificeer specifiek stimulantium (amfetamineachtig middel, cocaïne, of ander stimulantium):
F15.0
Amfetamineachtig middel
F14.0
Cocaïne
F15.0
Ander of ongespecificeerd stimulantium
→Specificeer indien:
Met perceptiestoornissen Deze specificatie is van toepassing in de zeldzame gevallen dat er hallucinaties zijn (meestal visueel of tactiel) met een intact realiteitsbesef, of dat er auditieve, visuele of tactiele illusoire vervalsingen optreden zonder een delirium.