Criteria E, F en G: Alternatieve verklaringen (differentiële diagnostiek) In sommige gevallen kan wat aanvankelijk lijkt op een persoonlijkheidsstoornis, beter verklaard worden door een andere psychische stoornis, de fysiologische effecten van een middel, of een somatische aandoening, vanuit een normale ontwikkelingsfase (bijvoorbeeld adolescentie, ouderdom) of vanuit iemands sociaal-culturele achtergrond. Wanneer een andere psychische stoornis aanwezig is, wordt de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis niet gesteld indien de manifestaties een duidelijke uitingsvorm zijn van die andere psychische stoornis (bijvoorbeeld indien kenmerken van een schizotypische-persoonlijkheidsstoornis alleen aanwezig zijn in de context van schizofrenie). Anderzijds kunnen persoonlijkheidsstoornissen accuraat worden vastgesteld in aanwezigheid van een andere psychische stoornis, zoals een depressieve stoornis, en patiënten met andere psychische stoornissen dienen dan ook te worden onderzocht op comorbiditeit van persoonlijkheidsstoornissen, omdat deze vaak van invloed zijn op het beloop van die andere psychische stoornis. Daarom is het altijd nodig om persoonlijkheidsfunctioneren en pathologische persoonlijkheidstrekken in kaart te brengen: om andere psychopathologie in perspectief te kunnen plaatsen.