Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

De hoofdkenmerken van een per­soon­lijk­heids­stoor­nis zijn:

A Matige of ernstigere beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren (zelf/in­ter­per­soon­lijk).

B Een of meer pathologische per­soon­lijk­heids­trek­ken.

C De beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren en de uitingen van de per­soon­lijk­heids­trek­ken van de betrokkene zijn relatief inflexibel en pervasief aanwezig in een breed scala van persoonlijke en sociale situaties.

D De beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren en de uitingen van de per­soon­lijk­heids­trek­ken van de betrokkene zijn relatief stabiel in de tijd, met een aanvang die kan worden herleid tot op zijn laatst de adolescentie of de jongvolwassen leeftijd.

E De beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren en de uitingen van de per­soon­lijk­heids­trek­ken van de betrokkene kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis.

F De beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren en de uitingen van de per­soon­lijk­heids­trek­ken van de betrokkene kunnen niet uitsluitend worden toegeschreven aan het fysiologische effect van een middel of aan een somatische aandoening (bijvoorbeeld ernstig hersenletsel).

G De beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren en de uitingen van de per­soon­lijk­heids­trek­ken van de betrokkene kunnen niet beter worden begrepen als normaal voor de ont­wik­ke­lings­fa­se of de sociaal-culturele achtergrond van de betrokkene.

De classificatie van een per­soon­lijk­heids­stoor­nis vereist dat twee zaken worden vastgesteld: (1) de mate van beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren die noodzakelijk is voor criterium A, en (2) de pathologische per­soon­lijk­heids­trek­ken die vereist zijn voor criterium B. De beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren en de uitingen van de per­soon­lijk­heids­trek­ken zijn relatief inflexibel en relatief pervasief aanwezig in een breed scala van persoonlijke en sociale situaties (criterium C); zijn relatief stabiel in de tijd, met een aanvang die teruggevoerd kan worden tot op zijn laatst de adolescentie of de vroege volwassenheid (criterium D); kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis (criterium E); kunnen niet worden toegeschreven aan de effecten van een middel of aan een somatische aandoening (criterium F); en kunnen niet beter worden verklaard als normaal voor de ont­wik­ke­lings­fa­se of de sociaal-culturele achtergrond van de betrokkene (criterium G). Alle hier in deel III met criteria beschreven per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen, alsmede de trek­ge­spe­ci­fi­ceer­de per­soon­lijk­heids­stoor­nis, voldoen per definitie aan deze algemene criteria.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.