Het hoofdkenmerk van de neurocognitieve stoornis (NCS) door de ziekte van Parkinson is cognitieve achteruitgang die wordt waargenomen bij het begin van idiopathische ziekte van Parkinson of daarna. De stoornis moet zich voordoen nadat de ziekte van Parkinson is vastgesteld (criterium B), en de deficiënties moeten zich geleidelijk hebben ontwikkeld (criterium C). De mate van progressie van de cognitieve deficiënties kan variëren; sommige mensen met lichte deficiënties ervaren in de loop van de tijd zeer minimale veranderingen.

De classificatie NCS waarschijnlijk door vastgestelde ziekte van Parkinson wordt gebruikt wanneer er geen aanwijzingen zijn voor een andere aandoening die voor de cognitieve achteruitgang ver­ant­woor­de­lijk kan zijn, en wanneer de ziekte van Parkinson voorafgaat aan het begin van de NCS. De classificatie NCS mogelijk door vastgestelde ziekte van Parkinson wordt gebruikt wanneer slechts aan één van deze voorwaarden is voldaan, maar niet aan beide. Een diagnose ziekte van Parkinson vóór het begin van de cognitieve veranderingen verhoogt het diagnostisch vertrouwen dat de NCS aan de ziekte van Parkinson is toe te schrijven, zoals de aanduiding ‘waarschijnlijk’ laat zien.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.