De voornaamste kenmerken van de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie zijn prominente symptomen van een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis (criterium A) waarover men van oordeel is dat deze zijn toe te schrijven aan de effecten van een middel (zoals een drug of medicatie). De symptomen van een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis moeten zich snel na de intoxicatie door of de onttrekking van een middel, of na de blootstelling aan of onttrekking van een geneesmiddel of een toxine hebben ontwikkeld, en het (genees)middel moet de symptomen kunnen veroorzaken (criterium B). Een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie als gevolg van een voorgeschreven behandeling voor een psychische of somatische aandoening moet beginnen tijdens het gebruik van de medicatie. Wanneer de behandeling is stopgezet, zullen de symptomen van de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis doorgaans binnen enkele dagen of weken afnemen of stoppen (afhankelijk van de halfwaardetijd van het (genees)-middel, en van de vraag of er sprake is van onttrekking). De classificatie ob­ses­sie­ve­com­pul­sie­ve of verwante stoornis door een middel/medicatie dient niet te worden toegekend wanneer het begin van de symptomen van een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis voorafgaat aan het gebruik van het middel of de medicatie, of wanneer de symptomen aanhouden gedurende een aanzienlijke tijd, doorgaans langer dan één maand, nadat de ernstige intoxicatie of de onttrekking heeft plaatsgevonden. Alleen wanneer de symptomen in criterium A in het klinische beeld op de voorgrond staan en ernstig genoeg zijn om afzonderlijke aandacht te rechtvaardigen, dient in plaats van de classificatie intoxicatie door of ont­trek­kings­syn­droom van een middel de classificatie obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie te worden toegekend.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.